TU's goed vertegenwoordigd in NWO-programma

Begin november honoreerde NWO 6 programma’s binnen haar perspectief-programma’s, met een budget van in totaal 28 miljoen euro.
4TU Delft
4TU Eindhoven
4TU Twente
4TU Wageningen

Begin november honoreerde NWO 6 programma’s binnen haar perspectief-programma’s. Binnen deze onderzoeksprogramma’s, met een budget van in totaal 28 miljoen euro, werken wetenschappers met bedrijven en maatschappelijke organisaties nauw samen bij het ontwikkelen van technologieën voor grote maatschappelijke behoeften. Voor vijf programma’s levert een TU de programmaleider. Wetenschappers van alle vier technische universiteiten nemen deel aan het onderzoek dat zich richt op nieuwe robotica voor voedselproductie en op schone chemische processen voor de opslag van groene stroom.

Moleculen bouwen met duurzame elektriciteit

In 2050 wil de Nederlandse chemische industrie 90% minder koolstofdioxide uitstoten dan nu. Elektrochemie, ofwel moleculen maken met behulp van elektriciteit, kan twee vliegen in een klap slaan. Het reduceert niet alleen de CO2-uitstoot, maar maakt het ook mogelijk overschotten aan elektriciteit uit duurzame bronnen, zoals wind en zon, op te slaan in chemische bindingen. Op dit moment zijn er echter nog weinig elektrochemische processen bekend die op industriële schaal bruikbaar zijn. Het programma Electrons to Chemical Bonds (E2CB) wil hier verandering in brengen. Het consortium richt zich op de hele keten: van materiaalonderzoek op de nanoschaal tot en met verschillende typen reactoren op de macroschaal. De onderzoekers willen nieuwe schaalbare elektrochemische processen ontwikkelen om onder andere methaan, vloeibare koolwaterstoffen en ammoniak te maken, en om biomassa om te zetten in nuttige chemische bouwstenen.

Flexibele robotica voor voedselproductie

Voedselproductie moet zo hygiënisch, efficiënt en duurzaam mogelijk zijn. Daarnaast zijn steeds minder mensen bereid om saai en zwaar werk te doen in warme kassen of in gekoelde ruimtes waarin bijvoorbeeld kipproducten worden verwerkt. Robots kunnen een oplossing bieden, maar dan moeten ze wel om kunnen gaan met de grote variaties in vorm, grootte en hardheid van verschillende voedselproducten. Dat is nu nog moeilijk. Het programma, FlexCRAFT genaamd,  ontwikkelt nieuwe robottechnologie om onder andere automatisch tomaten te oogsten. Ook moet deze robotica helpen bij het verwerken van voedingsmiddelen. Voorbeelden daarvan zijn kipproducten bewerken en verpakken, maar ook zakken chips en pakken koekjes netjes verpakken in dozen met verschillende afmetingen. Nederland is wereldwijd de tweede grootste exporteur van agrofood-producten, en de derde grootste leverancier van technologie voor de agrofood-sector. Dit programma draagt bij aan het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie in deze branches.

Wereldwijd uitblinken

De onderzoeksprogramma’s worden gefinancierd vanuit NWO’s financieringsinstrument ‘Perspectief voor de topsectoren’. Ieder jaar kent NWO met Perspectief financiering toe aan vijf of zes nieuwe onderzoeksprogramma’s die passen binnen de topsectoren. Dat zijn gebieden waarin het Nederlandse bedrijfsleven en onderzoekscentra wereldwijd uitblinken en hun koppositie willen versterken. Met de multidisciplinaire aanpak werken ze niet alleen aan wetenschappelijke en maatschappelijke problemen. De deelnemers leveren ook belangrijke bijdragen aan de Nederlandse economie en versterken met hun onderzoeksresultaten de internationale concurrentiepositie van Nederland.

Bron: NWO

TU's goed vertegenwoordigd in NWO-programma

Begin november honoreerde NWO 6 programma’s binnen haar perspectief-programma’s. Binnen deze onderzoeksprogramma’s, met een budget van in totaal 28 miljoen euro, werken wetenschappers met bedrijven en maatschappelijke organisaties nauw samen bij het ontwikkelen van technologieën voor grote maatschappelijke behoeften. Voor vijf programma’s levert een TU de programmaleider. Wetenschappers van alle vier technische universiteiten nemen deel aan het onderzoek dat zich richt op nieuwe robotica voor voedselproductie en op schone chemische processen voor de opslag van groene stroom.

Moleculen bouwen met duurzame elektriciteit

In 2050 wil de Nederlandse chemische industrie 90% minder koolstofdioxide uitstoten dan nu. Elektrochemie, ofwel moleculen maken met behulp van elektriciteit, kan twee vliegen in een klap slaan. Het reduceert niet alleen de CO2-uitstoot, maar maakt het ook mogelijk overschotten aan elektriciteit uit duurzame bronnen, zoals wind en zon, op te slaan in chemische bindingen. Op dit moment zijn er echter nog weinig elektrochemische processen bekend die op industriële schaal bruikbaar zijn. Het programma Electrons to Chemical Bonds (E2CB) wil hier verandering in brengen. Het consortium richt zich op de hele keten: van materiaalonderzoek op de nanoschaal tot en met verschillende typen reactoren op de macroschaal. De onderzoekers willen nieuwe schaalbare elektrochemische processen ontwikkelen om onder andere methaan, vloeibare koolwaterstoffen en ammoniak te maken, en om biomassa om te zetten in nuttige chemische bouwstenen.

Flexibele robotica voor voedselproductie

Voedselproductie moet zo hygiënisch, efficiënt en duurzaam mogelijk zijn. Daarnaast zijn steeds minder mensen bereid om saai en zwaar werk te doen in warme kassen of in gekoelde ruimtes waarin bijvoorbeeld kipproducten worden verwerkt. Robots kunnen een oplossing bieden, maar dan moeten ze wel om kunnen gaan met de grote variaties in vorm, grootte en hardheid van verschillende voedselproducten. Dat is nu nog moeilijk. Het programma, FlexCRAFT genaamd,  ontwikkelt nieuwe robottechnologie om onder andere automatisch tomaten te oogsten. Ook moet deze robotica helpen bij het verwerken van voedingsmiddelen. Voorbeelden daarvan zijn kipproducten bewerken en verpakken, maar ook zakken chips en pakken koekjes netjes verpakken in dozen met verschillende afmetingen. Nederland is wereldwijd de tweede grootste exporteur van agrofood-producten, en de derde grootste leverancier van technologie voor de agrofood-sector. Dit programma draagt bij aan het versterken van de Nederlandse concurrentiepositie in deze branches.

Wereldwijd uitblinken

De onderzoeksprogramma’s worden gefinancierd vanuit NWO’s financieringsinstrument ‘Perspectief voor de topsectoren’. Ieder jaar kent NWO met Perspectief financiering toe aan vijf of zes nieuwe onderzoeksprogramma’s die passen binnen de topsectoren. Dat zijn gebieden waarin het Nederlandse bedrijfsleven en onderzoekscentra wereldwijd uitblinken en hun koppositie willen versterken. Met de multidisciplinaire aanpak werken ze niet alleen aan wetenschappelijke en maatschappelijke problemen. De deelnemers leveren ook belangrijke bijdragen aan de Nederlandse economie en versterken met hun onderzoeksresultaten de internationale concurrentiepositie van Nederland.

Bron: NWO