Part of the
4TU.
Federation
TU DelftTU EindhovenUniversity of TwenteWageningen University
4TU.
Federation
NL|EN
Close

4TU Federation

+31(0)6  1423 7775

coordinator@4tu.nl

Website: 4TU.nl

INTERVIEW | Erik van der Vleuten en Jan Korsten over de ambities van het nieuwe 4TU.History of Technology centre

dinsdag, 16 januari 2024

Historisch besef rol techniek vergroot de inzichten van de huidige ingenieur

De 4TU.Federatie heeft er per januari 2024 een nieuw centre bij: 4TU.History of Technology. Het centre wil een nieuwe impuls geven aan het vakgebied techniekgeschiedenis. 4TU sprak de wetenschappelijk directeur Erik van der Vleuten en managing director Jan Korsten over hun plannen en drijfveren. ‘’Een historisch besef van techniek en de rol die ingenieurs daarin de afgelopen eeuwen hebben gespeeld, is belangrijk en helpt ons bij het denken over oplossingen voor de maatschappelijke uitdagingen waar we nu en in de toekomst mee te maken krijgen.’’ 

>> lees ook het nieuwsbericht

“Een beter inzicht in de techniekgeschiedenis helpt onze blik te verruimen en meer inzichten te krijgen. Hoe gingen technische en maatschappelijke transities in het verleden, welke overtuigingen speelden er, hoe werkten partijen samen, en welke innovaties en oplossingen kwamen daaruit voort?”
Erik van der Vleuten
TU Eindhoven

Wat is de reden om een 4TU centre voor techniekgeschiedenis op te richten?

Erik: we willen studenten, ingenieurs maar ook het bredere publiek een historisch besef geven van de rol van techniek in maatschappelijke en duurzaamheidsvraagstukken.

Jan: in dit tijdperk is techniekgeschiedenis relevanter dan ooit. De uitdagingen waarmee we te maken hebben worden steeds complexer en raken inmiddels iedereen. Om er een paar te noemen: de klimaatverandering die steeds vaker gepaard gaat met hevige stormen en overstromingen, grondstoffen die opraken, en de toenemende ongelijkheid tussen arm en rijk. De technische universiteiten leiden ingenieurs op om met verantwoorde oplossingen te komen. Een historisch besef over de rol die techniek in de loop van de tijd heeft gespeeld, kan hen daarbij helpen.

Erik: Een beter inzicht in de techniekgeschiedenis helpt onze blik te verruimen en meer inzichten te krijgen. Hoe gingen technische en maatschappelijke transities in het verleden, welke overtuigingen speelden er, hoe werkten partijen samen, en welke innovaties en oplossingen kwamen daaruit voort? En welke handvatten biedt dit voor toekomstige transities? Kunnen we door verhalen uit het verleden beter te begrijpen ongewenste effecten van techniek verminderen en transities bijvoorbeeld inclusiever en duurzamer maken?

De keuze in de jaren vijftig voor de massieve inzet van fossiele energiebronnen als olie en gas is een mooi voorbeeld. Die kwam voort uit een overtuiging dat er werk en energie voor iedereen moest zijn; iedereen zou dus toegang moeten krijgen tot betaalbare energie ongeacht sociale klasse, regio, en stad of platteland.

Tegenwoordig zien velen de energievoorziening die hieruit is voortgekomen vooral als een oorzaak van klimaatverandering. 

De huidige beleidsmakers en ontwerpers zouden de vroegere democratiseringsagenda zeker niet moeten vergeten, maar juist moeten meenemen bij het aangaan van de uitdagingen in de energie- en mobiliteitstransitie waar we nu voor staan.

Hoe zet je historische inzichten om in handelingsmogelijkheden waarmee ingenieurs aan de slag kunnen gaan om de huidige uitdagingen op te lossen? Dat is een nieuw en dynamisch onderzoeksveld, waarvoor we kaders voor onderzoek en reflectie gaan ontwikkelen.

“De huidige digitale transitie kent een lange geschiedenis van ponskaartmachines via analoge en digitale rekentechnieken en -apparaten, tot AI-toepassingen.”
Jan Korsten
TU Eindhoven

En hoe werkt dat bij het bredere publiek?

Erik: In het publieke debat is de houding tegenover techniek vaak wat eenzijdig. Techniek wordt of gezien als boeman, of als redding in een bepaalde transitie. De inzet van robots in de zorg is daarvan een goed voorbeeld. Zo ziet de ene persoon robots negatief, als bedreiging voor de persoonlijke aandacht voor patiënten, terwijl een ander het positief ziet, als een manier om de werkdruk te verminderen. Het is zaak deze en andere betekenissen boven water te krijgen en mee te nemen in besluitvorming en design.

Door samen te werken met bijvoorbeeld wetenschapsmusea en science centers zoals NEMO en het Discovery Museum, en denktanks als het Rathenau Instituut, willen we onze kennis delen met het brede publiek, zo mogelijk ook vanuit co-creatie. We willen werkmethoden ontwikkelen waarbij er samen met maatschappelijke partners wordt gereflecteerd op de samenhang verleden-heden-toekomst, het grote verhaal van ‘waar we vandaan komen’ en ‘waar we naar toe willen’, welke handelingsopties er in het heden voorhanden zijn en de wijze waarop verschillende groepen hier naar kijken. Tenslotte willen we  het academisch erfgoed van de vier technische universiteiten actief inzetten om het bredere historische verhaal te vertellen, bijvoorbeeld via tentoonstellingen die door het land reizen.

Jan: Het is belangrijk  dat de rol van techniek  zichtbaar is in de geschiedenisboeken. Dat is iets waar techniekhistorici zich de afgelopen decennia met succes voor hebben ingezet. Techniek heeft een enorme impact gehad op de vormgeving van onze samenleving. Dat zie je in alles terug. De huidige digitale transitie kent bijvoorbeeld een lange geschiedenis van ponskaartmachines via analoge en digitale rekentechnieken en -apparaten, tot AI-toepassingen. Nederlandse ingenieurs, werkzaam op universiteiten en in bedrijfslaboratoria hebben die revolutie mee in gang gezet.

Het is belangrijk dat ook op scholen voor het voortgezet onderwijs dat verhaal verteld wordt. Het centre gaat hiervoor plannen ontwikkelen.

“Ingenieurs droegen bij aan de fysieke vormgeving van het land, aan de aanleg van wegen, spoorwegen en kanalen, aan de bouw van waterstaatswerken voor de veiligheid, aan de voedselvoorziening en zo meer.”
Erik van der Vleuten
TU Eindhoven

Wat is de meerwaarde om met vier TU’s op dit vakgebied samen te werken?

Jan: Door met elkaar in een centre samen te werken kunnen we alle kennis en expertise die er bij de vier technische universiteiten op het gebied van techniekgeschiedenis aanwezig is, bij elkaar brengen. Voorheen was die versnipperd over de verschillende universiteiten.

Erik: Op onderwijsgebied willen we graag gezamenlijke vakken en leerlijnen ontwikkelen en wellicht toewerken naar een gezamenlijk masterprogramma, zodat studenten op alle TU’s toegang hebben tot interessante en relevante vakken op dit gebied—bijvoorbeeld over wat de bijdrage van de ingenieursgemeenschap in het verleden was aan de oplossingen van maatschappelijke problemen, wat er eventueel mis ging, en wat men daarvan leerde.

Hiermee laten we tegelijk zien dat ingenieurs een rijke traditie als community hebben, iets waar vanuit onze ervaring studenten en wellicht ook collega’s erg weinig van meekrijgen.  De mogelijkheid om aan maatschappelijke problemen te werken, vormt sinds het ontstaan van het civiele ingenieursberoep zo’n twee eeuwen geleden (red.: voor die tijd waren er vooral militaire ingenieurs) een belangrijke drijfveer. Ingenieurs droegen bij aan de fysieke vormgeving van het land, aan de aanleg van wegen, spoorwegen en kanalen, aan de bouw van waterstaatswerken voor de veiligheid, aan de voedselvoorziening en zo meer. Door deze geschiedenis te kennen, creëer je historisch besef over het ingenieursberoep en haar maatschappelijke rol, en de overwegingen en keuzes die daarbij gemaakt zijn. We denken dat dat belangrijk is. Om de binding te versterken denken we ook aan het organiseren van een jaarlijks symposium waar we de alumninetwerken van de 4 TU’s bij willen betrekken. Ook het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KIVI) en de De Netherlands Academy of Engineering zijn interessante partijen om mee samen te werken vanwege hun grote netwerk.

Verder willen we ook met de universiteiten buiten de TU’s samenwerken zoals Maastricht en de RUG. De RUG leidt ook ingenieurs op, en de universiteit van Maastricht werkt  veel aan reflectie op techniek en maatschappij waar we ons voordeel mee kunnen doen. Hetzelfde geldt voor de hogescholen. We hebben wat dat betreft de ambitie om een open centre te zijn.

Jan: Je bent als 4TU centre ook een aantrekkelijkere partij voor externe partners om mee samen te werken dan als individuele universiteit. Samenwerking met veel verschillende maatschappelijke partners is belangrijk voor de kwaliteit van de onderzoeksprogramma’s en biedt mogelijkheden om onze kennis over te brengen naar het brede publiek. Zo zijn we bezig met het opzetten van een netwerk van maatschappelijke partners rondom onze onderzoeksthema’s. Op het thema ‘’De digitale transitie’’ werken we samen met het Rathenau Instituut en op het thema ‘’De mobiliteitstransitie” met partijen als Rijkswaterstaat, ROVER en de Fietsersbond. En met musea als NEMO, Rijksmuseum Boerhaave en het Discovery Museum proberen we het brede publiek te bereiken.


“De structuur van een 4TU centre biedt veel meer mogelijkheden om op de lijnen onderzoek, onderwijs en impact stappen te maken en te zorgen dat het vakgebied zich volwaardig kan ontplooien!”
Jan Korsten
TU Eindhoven

Erik vult aan: Het is als centre wellicht ook makkelijker om onderzoeksfinanciering binnen te halen. Momenteel verrichten we met de vier TU’s en externe partijen onderzoek naar de duurzaamheidstransitie toen, nu en in de toekomst in het programma Global Sustainability: Pasts, Presents and Futures. Twee projectvoorstellen binnen dit programma zijn onlangs door NWO gehonoreerd. En voor de financiering van langlopend onderzoek zijn het Zwaartekrachtprogramma van NWO en de Nationale WetenschapsAgenda interessant. Ook hier lopen vanuit ons centre initiatieven om consortia te bouwen. Dit soort financieringsrondes bieden een mooie kans om de onderzoekscapaciteit van onze vier TU’s verder uit te breiden.

En Nederland loopt voorop in de internationale samenwerking. We werken samen met de Society for the History of Technology en het Tensions of Europe Netwerk - van beide is Jan de secretaris. Daarnaast willen we samenwerkingen aangaan met universiteiten in Afrika, Azië en Zuid-Amerika; het wordt steeds belangrijker om op belangrijke, vaak mondiale vraagstukken te reflecteren vanuit zowel Global North als South perspectieven.

Tot slot, hoe ontstond jullie interesse voor techniekgeschiedenis?

Erik: ik ben begonnen als student elektrotechniek, maar mijn interesse verschoof na een aantal jaar naar de interactie tussen mens en techniek, met name techniekfilosofie, -sociologie en -geschiedenis. Vragen zoals welke menselijke keuzes een rol gespeeld hebben in de uiteindelijke vorm van grote infrastructuren zoals de elektriciteitsvoorziening fascineerden mij, maar ook andersom: zo hebben bijvoorbeeld infrastructuurbouwers en -gebruikers Nederland en Europa materieel, sociaal, economisch en ecologisch vorm gegeven, misschien nog wel meer dan de politici uit de klassieke politieke geschiedenis. Uiteindelijk ben ik in de wetenschaps- en techniekgeschiedenis gepromoveerd in Denemarken. Toen ik daarna in Parijs zat ben ik gevraagd te solliciteren in Eindhoven op een postdoc plek in het nationaal programma techniekgeschiedenis dat eind jaren negentig liep. Daar ben ik in 2015 hoogleraar geworden.

Jan: ik heb commerciële geschiedenis aan de HEAO (red.: nu HBO Business Studies) afgerond en ben daarna sociaal economische geschiedenis in Nijmegen gaan studeren. Via colleges geschiedenis van bedrijf en techniek ontstond daar mijn interesse in techniekgeschiedenis. Uiteindelijk ben ik gepromoveerd op een onderzoek naar de historische rol van de Limburgse Land- en Tuinbouwbond. In 1999  kwam ik als zakelijk directeur terecht bij de Stichting Historie der Techniek (SHT). 4TU.History of Technology neemt de coördinerende rol van SHT binnen het vakgebied over. Dat is belangrijk,  want de structuur van een 4TU centre biedt veel meer mogelijkheden om op de lijnen onderzoek, onderwijs en impact stappen te maken en te zorgen dat het vakgebied zich volwaardig kan ontplooien!

BIO ERIK VAN DER VLEUTEN

Erik van der Vleuten is sinds 2015 hoogleraar Geschiedenis van de Techniek en voorzitter van het History Lab aan de Technische Universiteit Eindhoven. Hij onderzoekt de moderne en hedendaagse geschiedenis van socio-technische transities en duurzaamheidsuitdagingen in een op infrastructuur gebaseerde wereld.

Erik levert regelmatig bijdragen aan toonaangevende publicaties en conferenties. Zijn boeken zijn onder andere Engineering the Future, Understanding the Past: A Social History of Technology (2017); Europe's Infrastructure Transition: Economy, War, Nature (2016, luister naar de podcast); The Making of Europe's Critical Infrastructure: Common Connections and Shared Vulnerabilities (2013); en Networking Europe. Transnational infrastructures and the shaping of Europe 1850-2000 (2006).

BIO JAN KORSTEN

Jan Korsten is sinds 1999 zakelijk directeur van de aan de Technische Universiteit Eindhoven gevestigde Stichting Historie der Techniek. Hij coördineert de nationale en internationale onderzoeksprogramma’s en projecten van deze organisatie en is nauw betrokken bij het ontwikkelen van nieuwe initiatieven. Hij is actief in verschillende internationale organisaties. Sinds 2017 is hij bijvoorbeeld secretaris van de Society for the History of Technology. Daarnaast heeft hij een breed scala aan conferenties en workshops georganiseerd. Als historicus werkte hij mee aan diverse onderzoeksprojecten en publicaties.