Pact maakt ruim baan voor techniek

De technologische industrie draait op volle toeren en daardoor wordt het tekort aan techniekstudenten steeds nijpender. Nederland loopt zo het risico dat ze haar toppositie in de wereld kwijt raakt.
4TU Delft
4TU Eindhoven
4TU Twente
4TU Wageningen

De technologische industrie draait op volle toeren en daardoor wordt het tekort aan techniekstudenten steeds nijpender. Nederland loopt zo het risico dat ze haar toppositie in de wereld kwijt raakt. De doelstelling van het Techniekpact is om het aantal studenten dat kiest voor een technische studie te laten groeien naar 4 op de 10 studenten. Dat is nog niet gehaald. De 4TU.Federatie en ook ondernemersorganisatie FME vragen daarom al geruime tijd aandacht voor de numeri fixi op technisch wetenschappelijke opleidingen en de financiering van de vier technische universiteiten. Gisteravond tekenden 4TU en FME het Pact om op korte en lange termijn de aansluiting tussen de technologische industrie en de technische universiteiten te versterken en de (dreigende) numeri fixi tegen te gaan.

De belangrijkste punten uit dit Pact:
1. Een gezamenlijk oproep aan politiek: er zijn extra middelen nodig, oplopend tot 450 mln per jaar in 2020
2. De komende tijd worden docenten uit bedrijfsleven beschikbaar gesteld aan de universiteiten
3. Facility sharing: bedrijven uit de technologische industrie stellen ruimtes beschikbaar aan TU’s uit de omgeving

Groei leidt tot capaciteitsprobleem
Uit cijfers van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) blijkt dat dit collegejaar 6.450 studenten begonnen aan een technische studie. Dat is ruim 24 procent meer dan in 2012, toen 5.187 studenten hiervoor kozen. Dit leidt in 2020 tot een verdubbeling van het totaal aantal TU-studenten in een periode van 15 jaar. Voor de bachelorfase is dit voornamelijk een resultaat van het succesvolle beleid vanuit het Techniekpact. Door het programma ‘Make it in the Netherlands’ wordt ook de instroom van internationale studenten in vooral Masteropleidingen gestimuleerd.
4TU-voorzitter Victor van der Chijs: “Wij willen niks liever dan veel goede en gemotiveerde studenten opleiden om vorm te geven aan de toekomst van Nederland. Het kan niet zo zijn dat iemand die techniek wil studeren de kans loopt geconfronteerd te worden met een studentenstop, alleen omdat we te weinig middelen krijgen”.

Volgens FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming vraagt dit probleem om tijdelijke en structurele maatregelen, zodat de groei zonder kwaliteitsverlies kan worden geaccommodeerd. “Nederland werkt aan het behouden van een toppositie als het gaat om de noodzakelijke innovatiekracht van de technische industrie. Die komt in gevaar als het aantal studenten die voor een technische opleiding kiezen, niet kan worden ingevuld of omdat deze studenten niet instromen in onze sector”.

Oplossen knelpunten
De vier technische universiteiten en de technologische industrie werken gezamenlijk aan het oplossen van de knelpunten die ontstaan bij het vergroten van de instroom in technische studies. Ook stimuleren zij dat meer studenten na afronding van hun studie kiezen voor een carrière in de technologische industrie. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld door bij het onderwijs betrokken mensen uit het bedrijfsleven met de technische universiteiten te laten meedenken over de best mogelijke aansluiting van de techniekopleidingen bij de arbeidsmarkt. Hiervoor hebben de technische universiteiten zogenaamde industrial advisory boards opgericht.

Pact maakt ruim baan voor techniek

De technologische industrie draait op volle toeren en daardoor wordt het tekort aan techniekstudenten steeds nijpender. Nederland loopt zo het risico dat ze haar toppositie in de wereld kwijt raakt. De doelstelling van het Techniekpact is om het aantal studenten dat kiest voor een technische studie te laten groeien naar 4 op de 10 studenten. Dat is nog niet gehaald. De 4TU.Federatie en ook ondernemersorganisatie FME vragen daarom al geruime tijd aandacht voor de numeri fixi op technisch wetenschappelijke opleidingen en de financiering van de vier technische universiteiten. Gisteravond tekenden 4TU en FME het Pact om op korte en lange termijn de aansluiting tussen de technologische industrie en de technische universiteiten te versterken en de (dreigende) numeri fixi tegen te gaan.

De belangrijkste punten uit dit Pact:
1. Een gezamenlijk oproep aan politiek: er zijn extra middelen nodig, oplopend tot 450 mln per jaar in 2020
2. De komende tijd worden docenten uit bedrijfsleven beschikbaar gesteld aan de universiteiten
3. Facility sharing: bedrijven uit de technologische industrie stellen ruimtes beschikbaar aan TU’s uit de omgeving

Groei leidt tot capaciteitsprobleem
Uit cijfers van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) blijkt dat dit collegejaar 6.450 studenten begonnen aan een technische studie. Dat is ruim 24 procent meer dan in 2012, toen 5.187 studenten hiervoor kozen. Dit leidt in 2020 tot een verdubbeling van het totaal aantal TU-studenten in een periode van 15 jaar. Voor de bachelorfase is dit voornamelijk een resultaat van het succesvolle beleid vanuit het Techniekpact. Door het programma ‘Make it in the Netherlands’ wordt ook de instroom van internationale studenten in vooral Masteropleidingen gestimuleerd.
4TU-voorzitter Victor van der Chijs: “Wij willen niks liever dan veel goede en gemotiveerde studenten opleiden om vorm te geven aan de toekomst van Nederland. Het kan niet zo zijn dat iemand die techniek wil studeren de kans loopt geconfronteerd te worden met een studentenstop, alleen omdat we te weinig middelen krijgen”.

Volgens FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming vraagt dit probleem om tijdelijke en structurele maatregelen, zodat de groei zonder kwaliteitsverlies kan worden geaccommodeerd. “Nederland werkt aan het behouden van een toppositie als het gaat om de noodzakelijke innovatiekracht van de technische industrie. Die komt in gevaar als het aantal studenten die voor een technische opleiding kiezen, niet kan worden ingevuld of omdat deze studenten niet instromen in onze sector”.

Oplossen knelpunten
De vier technische universiteiten en de technologische industrie werken gezamenlijk aan het oplossen van de knelpunten die ontstaan bij het vergroten van de instroom in technische studies. Ook stimuleren zij dat meer studenten na afronding van hun studie kiezen voor een carrière in de technologische industrie. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld door bij het onderwijs betrokken mensen uit het bedrijfsleven met de technische universiteiten te laten meedenken over de best mogelijke aansluiting van de techniekopleidingen bij de arbeidsmarkt. Hiervoor hebben de technische universiteiten zogenaamde industrial advisory boards opgericht.