4TU.techtalk #5 | Samenwerken aan veerkrachtige steden

4TU Delft
4TU Eindhoven
4TU Twente
4TU Wageningen
  • Delen

De stad Den Haag werkt samen met het 4TU Centre for Resilience Engineering aan een veerkrachtige toekomst. Maar wat verstaan we eigenlijk onder veerkracht, en wat zijn daarbij de grootste uitdagingen? Hoe pak je die het meest efficiënt aan?

Een gesprek met twee professionals: de ene uit de academische wereld en de andere vanuit de stad Den Haag.

Tekst: Nienke Beintema | Fotografie: Dieuwertje Bravenboer

Onze wereld verandert razendsnel. We krijgen te maken met steeds complexere uitdagingen, van verstedelijking en bevolkingsgroei tot sociaal-economische ongelijkheid en klimaatverandering. Werken aan een leefbare wereld wordt daardoor steeds moeilijker, niet alleen voor politici en bestuurders maar ook voor bedrijven en het maatschappelijk veld.

“Onze hersenen zijn niet ingesteld op een dergelijke complexiteit”, zegt Tina Comes, universitair hoofddocent Decision-Making & Information Technology for Resilience aan de TU Delft. “Daarnaast is er altijd de factor onzekerheid. We weten simpelweg niet waar we ons precies op moeten voorbereiden.”

“Dat is waarom veerkracht zo belangrijk is”, zegt Anne-Marie Hitipeuw, Chief Resilience Officer van de stad Den Haag. “Ben je voorbereid op zogeheten ‘shocks and stresses’? Kun je ze de baas, kun je ervan leren?”

Wie?

Tina Comes, Duitse van origine, is universitair hoofddocent Decision-Making and Information Technology aan de TU Delft. Ze is ook hoogleraar aan Maastricht University, visiting fellow in Frankrijk en lid van de Noorse Academie voor Technologische Wetenschappen. Tina is wetenschappelijk directeur van het 4TU Centre for Resilience Engineering (zie kader). Haar werk richt zich het ontwerpen van veerkrachtige samenlevingen door het verbeteren van de besluitvorming rond de IT- en samenwerkingsaspecten van veerkracht.

Anne-Marie Hitipeuw is de eerste Chief Resilience Officer (CRO) van de stad Den Haag. Ze is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Haagse Resilience Strategie. Den Haag is onderdeel van het internationale Resilient Cities Network. Als CRO werkt Anne-Marie aan de uitvoering van acties binnen die Resilience Strategie op het gebied van onder meer klimaatadaptatie, hitte, cybervraagstukken en risicocommunicatie. Met haar team stimuleert ze ook de betrokkenheid en training van collega’s en stakeholders in de stad om Den Haag samen veerkrachtig te maken.

Wat is veerkracht eigenlijk precies?
Tina: “In een notendop: het is het vermogen te gedijen tijdens tegenspoed. Het vermogen snel te herstellen van een schok, gecombineerd met het vermogen je aan te passen aan een veranderende wereld. Een schok is een plotseling optredende verstoring, zoals een overstroming of een aardbeving. Daarnaast zijn er langdurige stressfactoren, zoals toenemende ongelijkheid of klimaatverandering. Daarom moet je kunnen leren, je kunnen aanpassen en veranderen. Veerkracht heeft een technische kant, bijvoorbeeld het bouwen van goede dijken, maar ook een sociaal-ecologische kant. Die gaat over het stimuleren van aanpassing en het vermijden van kantelpunten.”




Anne-Marie: “Den Haag heeft sinds 2019 een Resilience Strategie, in het kader van onze deelname aan het wereldwijde Resilient Cities Network. Deze strategie moet zelf ook dynamisch zijn. We moeten hem voortdurend aanpassen aan nieuwe omstandigheden. De coronapandemie heeft bijvoorbeeld een nieuwe golf van werkloosheid, gezondheidsproblemen en armoede veroorzaakt. De pandemie dwingt ons nieuwe sociale en economische systemen te bedenken.”

Kampen steden wereldwijd zo’n beetje met dezelfde problemen?
Anne-Marie: “Sommige uitdagingen zijn universeel. Segregatie en ongelijkheid zijn in de meeste steden een probleem. Maar er zijn natuurlijk ook specifieke, lokale uitdagingen. In sommige steden zijn armoede en voedselzekerheid de meest urgente kwesties. In veel kuststeden speelt de uitdaging van de stijging van de zeespiegel. Andere steden hebben problemen rond cybersecurity. Daarom heeft elke stad zijn eigen individuele strategie nodig.”

Welk type onderzoek kan helpen bij het oplossen van dergelijke problemen?
Tina: “Alleen interdisciplinair onderzoek kan de complexiteit van deze uitdagingen vatten. Een probleem als klimaatverandering vraagt om een fundamenteel begrip van de invloed van klimaatverandering op technische systemen, de maatschappij en natuur en milieu. Daarom spreken we van gekoppelde sociaal-technische milieusystemen. We moeten samen nadenken over technische oplossingen zoals bescherming tegen overstromingen of nieuwe bouwmaterialen, nieuwe methoden van stadsontwerp en planning, en inzicht in adaptief gedrag en collectieve actie. Onze datagedreven samenleving biedt nieuwe mogelijkheden om AI toe te passen voor een deel van de uitdagingen, maar vraagt ook om adaptief ICT- en cybersecurity-onderzoek. Het gaat dus zeker niet alleen om het bouwen van sterkere dijken en bruggen. Daarnaast gebruiken we modellering om patronen te begrijpen, voorspellingen te doen en nieuwe systemen te ontwerpen. Die systemen kunnen we dan testen en waar nodig verbeteren.”

Anne-Marie: “Als stad werken we bijvoorbeeld aan kaarten die de effecten van klimaatverandering laten zien. Dit doen we samen met de TU Delft. Als je een kaart van stedelijke hitte hebt, kun je die over een kaart heen leggen die laat zien waar de meest kwetsbare mensen wonen, bijvoorbeeld ouderen. Zo kunnen we onze acties het meest efficiënt focussen. We gaan ook een proof of concept ontwikkelen van een model dat overstromingsrisico combineert met vitale elektrische infrastructuur. Zo krijgen we waardevolle inzichten in cascade-effecten. Als er een overstroming is, gevolgd door een stroomstoring, welke andere vitale infrastructuren worden dan getroffen, zoals ziekenhuizen?”

"Wij kunnen de cascademodellen van 4TU.Resilience ook gebruiken om onze stadscollega’s te laten zien wat het kost als je niets doet. Bijvoorbeeld als hevige regenval leidt tot stroomuitval, wat weer allerlei gevolgen kan hebben voor vitale infrastructuur in de stad."
Anne-Marie Hitipeuw (Gemeente Den Haag)

Hoe zorg je dat de resultaten van onderzoek ook echt in de praktijk terechtkomen?
Tina: “Door nauw samen te werken. We zijn bijvoorbeeld erg blij met onze samenwerking met Den Haag. Die helpt ons de concrete uitdagingen te begrijpen en praktische oplossingen te bedenken. We hebben een aantal matchmaking-evenementen georganiseerd tussen onderzoekers en stadsprofessionals om deze uitdagingen te bespreken. Die waren heel nuttig. Wat we nodig hebben is wederzijds begrip, niet alleen voor de uitdagingen waar we mee te maken hebben, maar ook voor de manier waarop we werken. Hoe processen werken in de academische wereld en in gemeenten en publieke organisaties. Hoe de professionals in deze omgevingen reageren. Dat kost tijd: inzien wat we van elkaar nodig hebben.” 

Wat is de toegevoegde waarde van het 4TU Centre for Resilience Engineering (4TU.RE)?
Tina: “De uitdagingen zijn ongelooflijk breed. Je kunt ze niet oplossen vanuit één wetenschappelijke discipline. 4TU.RE geeft ons de capaciteit en de interdisciplinariteit om deze uitdagingen aan te gaan. Een ander belangrijk aspect is het commitment op langere termijn. Het programma DeSIRE, onderdeel van High-Tech for a Sustainable Future, realiseert bijvoorbeeld vaste aanstellingen voor jong talent om langdurige onderzoekscapaciteit op te bouwen. Zo kunnen we veerkracht nu en in de toekomst vormgeven.”

Anne-Marie: “Voor ons is het soms lastig een plek te vinden waar we met onze vragen terechtkunnen. Als we bijvoorbeeld een cascademodel nodig hebben, of een training voor strategieprofessionals van gemeenten, dan kunnen we in gesprek met 4TU.RE. Zij zoeken dan de juiste experts die ons kunnen helpen. Een van de tenure trackers van 4TU.RE heeft bijvoorbeeld een resilience-spel ontwikkeld dat we konden gebruiken in een trainingsprogramma. Wij hadden ervaring met het ontwikkelen van resilience-trainingen; de tenure tracker had de wetenschappelijke kennis die nodig was voor die training. De voordelen werkten twee kanten op: wij kregen de hulp die we nodig hadden en de onderzoeker kreeg een netwerk om het spel te testen.”

"“Op het gebied van communicatie valt er nog veel te verbeteren. Technologie kan daarbij een steeds grotere rol spelen. Met kunstmatige intelligentie kun je de meest kwetsbare mensen vinden en bereiken, en ook desinformatie tegengaan. Samenwerken met Den Haag is daarbij een prachtige kans.”"
Tina Comes (4TU.Resilience Engineering)

Tina: “Dit is een heel belangrijk aspect van onze samenwerking. We hebben meer inzicht nodig in cascade-effecten, onderlinge afhankelijkheden en kwetsbaarheden in steden, en dat kunnen we krijgen door nauw met steden samen te werken. Dankzij deze partnerschappen leren wij hoe we steden kunnen helpen dingen efficiënt aan te pakken, bijvoorbeeld qua tijdsinvestering en gebruik van beschikbare data. Op onze beurt kunnen wij steden helpen aan manieren om veerkracht op hun agenda te zetten."

Anne-Marie: "Absoluut. Wij kunnen cascademodellen ook gebruiken om onze stadscollega’s te laten zien wat het kost als je niets doet. Bijvoorbeeld als hevige regenval leidt tot stroomuitval, wat weer allerlei gevolgen kan hebben voor vitale infrastructuur in de stad. We wachten niet op een ramp maar zijn liever goed voorbereid, en maken mensen bewuster. Dat is een grote meerwaarde van het 4TU-netwerk.”

Hoe betrek je inwoners bij dat proces?
Tina: “Ook hier kan 4TU.RE een rol spelen. We zetten in op zogeheten co-creatie samen met inwoners. We hebben bijvoorbeeld verschillende ‘design and engagement’-projecten georganiseerd om te onderzoeken hoe je het beste sociale cohesie kunt bevorderen, bijvoorbeeld door middel van storytelling, games, visualisaties, apps, enquêtes – al naar gelang de schaal van de interventie. We gebruiken die sessies om te begrijpen hoe mensen zich gedragen en met elkaar omgaan, maar ook hoe je zo’n co-creatieproces het beste kunt opzetten.”

Anne-Marie: “In Nederland denken mensen vaak: uitdagingen zoals klimaatverandering zullen mij vast niet raken, de overheid regelt alles wel. Binnen het resilience-programma werken we aan risicocommunicatie. Risicodialogen zijn een essentieel onderdeel van onze Resilience Strategie, en ook hierin werken we samen met onderzoekers. Wat dat betreft zijn we erg blij met de connecties binnen het Resilient Cities Network. Er zijn wereldwijd steden met veel meer ervaring als het gaat om risicobewustzijn bij hun inwoners.”

Tina: “Op het gebied van communicatie valt er nog veel te verbeteren. Technologie kan daarbij een steeds grotere rol spelen. Communicatie tussen mobiele telefoons kan bijvoorbeeld helpen als er een netwerkstoring is. Met kunstmatige intelligentie kun je de meest kwetsbare mensen vinden en bereiken, en ook desinformatie tegengaan. Samenwerken met Den Haag is daarbij een prachtige kans.” 

Wat zijn de voornaamste uitdagingen voor de toekomst?
Tina: “We kunnen niet voorspellen hoe grote trends als klimaatverandering en digitalisering precies gaan verlopen. Maar we kunnen wel dingen leren over de langetermijngevolgen van beslissingen, terwijl we ook kortetermijn uitdagingen aanpakken. Bijvoorbeeld door inzicht te geven in de consequenties van bepaalde beslissingen, door samen te praten over alternatieve oplossingen en scenario’s en door te leren van de manier waarop de natuur zich aanpast aan verandering.”

Anne-Marie: “Ja, zogeheten nature-based solutions worden steeds belangrijker. Ik vertel mensen altijd graag over het project De Zandmotor bij Den Haag. De Zandmotor is een kunstmatig aangelegde verbreding van de kust. Wetenschappers doen hier onderzoek naar de invloed van wind, golven en stroming op de verspreiding van zand langs de Nederlandse kust. Dit is een heel innovatieve vorm van kustbescherming, die de kust als het ware laat meegroeien met de zeespiegelstijging. De Zandmotor dient ook recreatieve doeleinden. Al met al kan zo’n project een inspiratie zijn voor andere steden wereldwijd.”

Tina: “Dit is een heel mooi voorbeeld van samenwerking tussen verschillende onderzoeksdisciplines. Maar het toont ook het belang aan van sterke partners als Den Haag. Om een veerkrachtige samenleving te worden, moeten we de interacties begrijpen tussen technologie en de sociaal-ecologische omgeving.”

4TU Centre for Resilience Engineering (4TU.RE)
4TU.RE is het kenniscentrum voor ‘veerkracht door ontwerp’ van de vier technische universiteiten (TU Delft, TU Eindhoven, UTwente en Wageningen UR).

Het kenniscentrum richt zich op het ontwikkelen, toepassen en verspreiden van kennis, methoden en hulpmiddelen om samenlevingen veerkrachtiger te maken. Daarbij ligt de nadruk op technologische oplossingen, waaronder ook systeemontwerp, in interactie met sociaal-ecologische systemen.

Binnen HTSF (High Tech for a Sustainable Future) is het programma DeSIRE opgezet (Designing Systems for Informed Resilience Engineering): een uitgebreid interdisciplinair onderzoeks- en trainingsprogramma. Het programma werkt aan capaciteitsopbouw voor 4TU.RE en financiert daarvan de activiteiten in de eerste vijf jaar.

4TU.techtalk #5 | Samenwerken aan veerkrachtige steden

De stad Den Haag werkt samen met het 4TU Centre for Resilience Engineering aan een veerkrachtige toekomst. Maar wat verstaan we eigenlijk onder veerkracht, en wat zijn daarbij de grootste uitdagingen? Hoe pak je die het meest efficiënt aan?

Een gesprek met twee professionals: de ene uit de academische wereld en de andere vanuit de stad Den Haag.

Tekst: Nienke Beintema | Fotografie: Dieuwertje Bravenboer

Onze wereld verandert razendsnel. We krijgen te maken met steeds complexere uitdagingen, van verstedelijking en bevolkingsgroei tot sociaal-economische ongelijkheid en klimaatverandering. Werken aan een leefbare wereld wordt daardoor steeds moeilijker, niet alleen voor politici en bestuurders maar ook voor bedrijven en het maatschappelijk veld.

“Onze hersenen zijn niet ingesteld op een dergelijke complexiteit”, zegt Tina Comes, universitair hoofddocent Decision-Making & Information Technology for Resilience aan de TU Delft. “Daarnaast is er altijd de factor onzekerheid. We weten simpelweg niet waar we ons precies op moeten voorbereiden.”

“Dat is waarom veerkracht zo belangrijk is”, zegt Anne-Marie Hitipeuw, Chief Resilience Officer van de stad Den Haag. “Ben je voorbereid op zogeheten ‘shocks and stresses’? Kun je ze de baas, kun je ervan leren?”

Wie?

Tina Comes, Duitse van origine, is universitair hoofddocent Decision-Making and Information Technology aan de TU Delft. Ze is ook hoogleraar aan Maastricht University, visiting fellow in Frankrijk en lid van de Noorse Academie voor Technologische Wetenschappen. Tina is wetenschappelijk directeur van het 4TU Centre for Resilience Engineering (zie kader). Haar werk richt zich het ontwerpen van veerkrachtige samenlevingen door het verbeteren van de besluitvorming rond de IT- en samenwerkingsaspecten van veerkracht.

Anne-Marie Hitipeuw is de eerste Chief Resilience Officer (CRO) van de stad Den Haag. Ze is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Haagse Resilience Strategie. Den Haag is onderdeel van het internationale Resilient Cities Network. Als CRO werkt Anne-Marie aan de uitvoering van acties binnen die Resilience Strategie op het gebied van onder meer klimaatadaptatie, hitte, cybervraagstukken en risicocommunicatie. Met haar team stimuleert ze ook de betrokkenheid en training van collega’s en stakeholders in de stad om Den Haag samen veerkrachtig te maken.

Wat is veerkracht eigenlijk precies?
Tina: “In een notendop: het is het vermogen te gedijen tijdens tegenspoed. Het vermogen snel te herstellen van een schok, gecombineerd met het vermogen je aan te passen aan een veranderende wereld. Een schok is een plotseling optredende verstoring, zoals een overstroming of een aardbeving. Daarnaast zijn er langdurige stressfactoren, zoals toenemende ongelijkheid of klimaatverandering. Daarom moet je kunnen leren, je kunnen aanpassen en veranderen. Veerkracht heeft een technische kant, bijvoorbeeld het bouwen van goede dijken, maar ook een sociaal-ecologische kant. Die gaat over het stimuleren van aanpassing en het vermijden van kantelpunten.”




Anne-Marie: “Den Haag heeft sinds 2019 een Resilience Strategie, in het kader van onze deelname aan het wereldwijde Resilient Cities Network. Deze strategie moet zelf ook dynamisch zijn. We moeten hem voortdurend aanpassen aan nieuwe omstandigheden. De coronapandemie heeft bijvoorbeeld een nieuwe golf van werkloosheid, gezondheidsproblemen en armoede veroorzaakt. De pandemie dwingt ons nieuwe sociale en economische systemen te bedenken.”

Kampen steden wereldwijd zo’n beetje met dezelfde problemen?
Anne-Marie: “Sommige uitdagingen zijn universeel. Segregatie en ongelijkheid zijn in de meeste steden een probleem. Maar er zijn natuurlijk ook specifieke, lokale uitdagingen. In sommige steden zijn armoede en voedselzekerheid de meest urgente kwesties. In veel kuststeden speelt de uitdaging van de stijging van de zeespiegel. Andere steden hebben problemen rond cybersecurity. Daarom heeft elke stad zijn eigen individuele strategie nodig.”

Welk type onderzoek kan helpen bij het oplossen van dergelijke problemen?
Tina: “Alleen interdisciplinair onderzoek kan de complexiteit van deze uitdagingen vatten. Een probleem als klimaatverandering vraagt om een fundamenteel begrip van de invloed van klimaatverandering op technische systemen, de maatschappij en natuur en milieu. Daarom spreken we van gekoppelde sociaal-technische milieusystemen. We moeten samen nadenken over technische oplossingen zoals bescherming tegen overstromingen of nieuwe bouwmaterialen, nieuwe methoden van stadsontwerp en planning, en inzicht in adaptief gedrag en collectieve actie. Onze datagedreven samenleving biedt nieuwe mogelijkheden om AI toe te passen voor een deel van de uitdagingen, maar vraagt ook om adaptief ICT- en cybersecurity-onderzoek. Het gaat dus zeker niet alleen om het bouwen van sterkere dijken en bruggen. Daarnaast gebruiken we modellering om patronen te begrijpen, voorspellingen te doen en nieuwe systemen te ontwerpen. Die systemen kunnen we dan testen en waar nodig verbeteren.”

Anne-Marie: “Als stad werken we bijvoorbeeld aan kaarten die de effecten van klimaatverandering laten zien. Dit doen we samen met de TU Delft. Als je een kaart van stedelijke hitte hebt, kun je die over een kaart heen leggen die laat zien waar de meest kwetsbare mensen wonen, bijvoorbeeld ouderen. Zo kunnen we onze acties het meest efficiënt focussen. We gaan ook een proof of concept ontwikkelen van een model dat overstromingsrisico combineert met vitale elektrische infrastructuur. Zo krijgen we waardevolle inzichten in cascade-effecten. Als er een overstroming is, gevolgd door een stroomstoring, welke andere vitale infrastructuren worden dan getroffen, zoals ziekenhuizen?”

"Wij kunnen de cascademodellen van 4TU.Resilience ook gebruiken om onze stadscollega’s te laten zien wat het kost als je niets doet. Bijvoorbeeld als hevige regenval leidt tot stroomuitval, wat weer allerlei gevolgen kan hebben voor vitale infrastructuur in de stad."
Anne-Marie Hitipeuw (Gemeente Den Haag)

Hoe zorg je dat de resultaten van onderzoek ook echt in de praktijk terechtkomen?
Tina: “Door nauw samen te werken. We zijn bijvoorbeeld erg blij met onze samenwerking met Den Haag. Die helpt ons de concrete uitdagingen te begrijpen en praktische oplossingen te bedenken. We hebben een aantal matchmaking-evenementen georganiseerd tussen onderzoekers en stadsprofessionals om deze uitdagingen te bespreken. Die waren heel nuttig. Wat we nodig hebben is wederzijds begrip, niet alleen voor de uitdagingen waar we mee te maken hebben, maar ook voor de manier waarop we werken. Hoe processen werken in de academische wereld en in gemeenten en publieke organisaties. Hoe de professionals in deze omgevingen reageren. Dat kost tijd: inzien wat we van elkaar nodig hebben.” 

Wat is de toegevoegde waarde van het 4TU Centre for Resilience Engineering (4TU.RE)?
Tina: “De uitdagingen zijn ongelooflijk breed. Je kunt ze niet oplossen vanuit één wetenschappelijke discipline. 4TU.RE geeft ons de capaciteit en de interdisciplinariteit om deze uitdagingen aan te gaan. Een ander belangrijk aspect is het commitment op langere termijn. Het programma DeSIRE, onderdeel van High-Tech for a Sustainable Future, realiseert bijvoorbeeld vaste aanstellingen voor jong talent om langdurige onderzoekscapaciteit op te bouwen. Zo kunnen we veerkracht nu en in de toekomst vormgeven.”

Anne-Marie: “Voor ons is het soms lastig een plek te vinden waar we met onze vragen terechtkunnen. Als we bijvoorbeeld een cascademodel nodig hebben, of een training voor strategieprofessionals van gemeenten, dan kunnen we in gesprek met 4TU.RE. Zij zoeken dan de juiste experts die ons kunnen helpen. Een van de tenure trackers van 4TU.RE heeft bijvoorbeeld een resilience-spel ontwikkeld dat we konden gebruiken in een trainingsprogramma. Wij hadden ervaring met het ontwikkelen van resilience-trainingen; de tenure tracker had de wetenschappelijke kennis die nodig was voor die training. De voordelen werkten twee kanten op: wij kregen de hulp die we nodig hadden en de onderzoeker kreeg een netwerk om het spel te testen.”

"“Op het gebied van communicatie valt er nog veel te verbeteren. Technologie kan daarbij een steeds grotere rol spelen. Met kunstmatige intelligentie kun je de meest kwetsbare mensen vinden en bereiken, en ook desinformatie tegengaan. Samenwerken met Den Haag is daarbij een prachtige kans.”"
Tina Comes (4TU.Resilience Engineering)

Tina: “Dit is een heel belangrijk aspect van onze samenwerking. We hebben meer inzicht nodig in cascade-effecten, onderlinge afhankelijkheden en kwetsbaarheden in steden, en dat kunnen we krijgen door nauw met steden samen te werken. Dankzij deze partnerschappen leren wij hoe we steden kunnen helpen dingen efficiënt aan te pakken, bijvoorbeeld qua tijdsinvestering en gebruik van beschikbare data. Op onze beurt kunnen wij steden helpen aan manieren om veerkracht op hun agenda te zetten."

Anne-Marie: "Absoluut. Wij kunnen cascademodellen ook gebruiken om onze stadscollega’s te laten zien wat het kost als je niets doet. Bijvoorbeeld als hevige regenval leidt tot stroomuitval, wat weer allerlei gevolgen kan hebben voor vitale infrastructuur in de stad. We wachten niet op een ramp maar zijn liever goed voorbereid, en maken mensen bewuster. Dat is een grote meerwaarde van het 4TU-netwerk.”

Hoe betrek je inwoners bij dat proces?
Tina: “Ook hier kan 4TU.RE een rol spelen. We zetten in op zogeheten co-creatie samen met inwoners. We hebben bijvoorbeeld verschillende ‘design and engagement’-projecten georganiseerd om te onderzoeken hoe je het beste sociale cohesie kunt bevorderen, bijvoorbeeld door middel van storytelling, games, visualisaties, apps, enquêtes – al naar gelang de schaal van de interventie. We gebruiken die sessies om te begrijpen hoe mensen zich gedragen en met elkaar omgaan, maar ook hoe je zo’n co-creatieproces het beste kunt opzetten.”

Anne-Marie: “In Nederland denken mensen vaak: uitdagingen zoals klimaatverandering zullen mij vast niet raken, de overheid regelt alles wel. Binnen het resilience-programma werken we aan risicocommunicatie. Risicodialogen zijn een essentieel onderdeel van onze Resilience Strategie, en ook hierin werken we samen met onderzoekers. Wat dat betreft zijn we erg blij met de connecties binnen het Resilient Cities Network. Er zijn wereldwijd steden met veel meer ervaring als het gaat om risicobewustzijn bij hun inwoners.”

Tina: “Op het gebied van communicatie valt er nog veel te verbeteren. Technologie kan daarbij een steeds grotere rol spelen. Communicatie tussen mobiele telefoons kan bijvoorbeeld helpen als er een netwerkstoring is. Met kunstmatige intelligentie kun je de meest kwetsbare mensen vinden en bereiken, en ook desinformatie tegengaan. Samenwerken met Den Haag is daarbij een prachtige kans.” 

Wat zijn de voornaamste uitdagingen voor de toekomst?
Tina: “We kunnen niet voorspellen hoe grote trends als klimaatverandering en digitalisering precies gaan verlopen. Maar we kunnen wel dingen leren over de langetermijngevolgen van beslissingen, terwijl we ook kortetermijn uitdagingen aanpakken. Bijvoorbeeld door inzicht te geven in de consequenties van bepaalde beslissingen, door samen te praten over alternatieve oplossingen en scenario’s en door te leren van de manier waarop de natuur zich aanpast aan verandering.”

Anne-Marie: “Ja, zogeheten nature-based solutions worden steeds belangrijker. Ik vertel mensen altijd graag over het project De Zandmotor bij Den Haag. De Zandmotor is een kunstmatig aangelegde verbreding van de kust. Wetenschappers doen hier onderzoek naar de invloed van wind, golven en stroming op de verspreiding van zand langs de Nederlandse kust. Dit is een heel innovatieve vorm van kustbescherming, die de kust als het ware laat meegroeien met de zeespiegelstijging. De Zandmotor dient ook recreatieve doeleinden. Al met al kan zo’n project een inspiratie zijn voor andere steden wereldwijd.”

Tina: “Dit is een heel mooi voorbeeld van samenwerking tussen verschillende onderzoeksdisciplines. Maar het toont ook het belang aan van sterke partners als Den Haag. Om een veerkrachtige samenleving te worden, moeten we de interacties begrijpen tussen technologie en de sociaal-ecologische omgeving.”

4TU Centre for Resilience Engineering (4TU.RE)
4TU.RE is het kenniscentrum voor ‘veerkracht door ontwerp’ van de vier technische universiteiten (TU Delft, TU Eindhoven, UTwente en Wageningen UR).

Het kenniscentrum richt zich op het ontwikkelen, toepassen en verspreiden van kennis, methoden en hulpmiddelen om samenlevingen veerkrachtiger te maken. Daarbij ligt de nadruk op technologische oplossingen, waaronder ook systeemontwerp, in interactie met sociaal-ecologische systemen.

Binnen HTSF (High Tech for a Sustainable Future) is het programma DeSIRE opgezet (Designing Systems for Informed Resilience Engineering): een uitgebreid interdisciplinair onderzoeks- en trainingsprogramma. Het programma werkt aan capaciteitsopbouw voor 4TU.RE en financiert daarvan de activiteiten in de eerste vijf jaar.