Interview met Maarten Hornikx, nieuwe directeur 4TU.Bouw

Maarten Hornikx ziet 4TU.Bouw als ''de waakhond voor R&D en technologische innovaties als 3D-printing en Virtual Reality.'' Lees het interview.
4TU Delft
4TU Eindhoven
4TU Twente
4TU Wageningen
  • Delen

Maarten Hornikx (TU/e) is sinds februari 2020 wetenschappelijk directeur van 4TU.Bouw. Hij heeft deze rol overgenomen van André Dorée (UT) die nog als een van de vier TU-ambassadeurs bij 4TU.Bouw betrokken blijft.

De 4TU.Federatie interviewde Maarten over zijn eerste indrukken, de toekomst van de bouwsector en over zijn eigen onderzoeksgebied, de invloed van geluid op de gebouwde omgeving.

Voor wie 4TU.Bouw niet kent, wat doen jullie en wat is jullie kracht?
4TU.Bouw is een samenwerking tussen de bouwfaculteiten van de vier technische universiteiten Delft, Eindhoven, Twente en Wageningen. Onze voornaamste doel is te werken aan een agenda om tot innovaties in de bouw te komen als onderdeel van de hele innovatieketen, van onderzoek op universiteiten tot opgeleverd gebouw. Op de individuele bouwfaculteiten zijn we hier al langer mee bezig. Als je dit samen als 4 TU’s oppakt, ben je een stuk krachtiger.
Daarnaast is ook de loketfunctie van 4TU.Bouw belangrijk. Het hebben van één aanspreekpunt als het gaat om vragen vanuit de bouwsector. Als er bijvoorbeeld een expert op het stikstofprobleem nodig is, dan komen wij met namen en hoeft die persoon niet alle afzonderlijke universiteiten af te gaan. Je hebt de achterban op deze manier heel snel gemobiliseerd.
Ook bundelen wij als bouwfaculteiten de krachten in gezamenlijke onderzoeksprogramma’s. Met de expertise van vier universiteiten verhoog je de kans op financiering en op wetenschappelijk succes.
Tot slot wordt de gezamenlijke 4TU-masteropleiding ‘Construction Management & Engineering’ vanuit de bouwfaculteiten vormgegeven. Dit is een integrale opleiding waarin verschillende expertises die de bouwfaculteiten te bieden hebben, gecombineerd worden. We werken hiermee als 4TU.Bouw nauw samen om een ingenieur af te leveren die zowel de benodigde bouw- en engineering skills heeft als de capaciteiten om complexe (innovatie)processen te begeleiden. Zo’n type ingenieur is nodig om de complexe, multidisciplinaire vraagstukken in de bouw en de maatschappij voldoende toegerust tegemoet te kunnen treden.

"Materialen en processen zullen circulair moeten worden. Als bouwsector zul je, om hier een rol van betekenis in te kunnen spelen, met innovatieve oplossingen moeten komen. Doe je dat niet dan loop je altijd achter de troepen aan."

De innovatie in de bouwsector die je net noemde, waarom is die zo belangrijk?
De bouwsector innoveert niet snel, het is nog een redelijk archaïsche sector waarin bijvoorbeeld veel van de werkzaamheden nog handwerk zijn. Vanuit 4TU.Bouw willen we de sector bewust maken van de noodzaak van innovatie, hen inspireren met de goede voorbeelden en ervoor zorgen dat de kennis en expertise die wij aan de universiteiten ontwikkelen ook echt in het bouwproces landen.

Ik wil daarbij benadrukken dat het niet innoveren om het innoveren is. Innoveren doe je omdat er maatschappelijke vraagstukken liggen. Zo moeten we in 2050 toe naar een circulaire maatschappij. Dat heeft invloed op de bouw. Materialen en processen zullen circulair moeten worden. Als bouwsector zul je, om hier een rol van betekenis in te kunnen spelen, met innovatieve oplossingen moeten komen. Doe je dat niet dan loop je altijd achter de troepen aan.

Zijn er nog meer redenen om te innoveren?
Ja, het maakt de bouwsector minder kwetsbaar dan die nu is. Momenteel zijn de activiteiten in de bouw heel erg afhankelijk van economische bewegingen. Als de economie in het slop raakt, gaat de bouw mee. Ik ben van mening dat als je veel innovatie in een sector hebt, je hier minder afhankelijk van bent. Van de bouw wordt nu al voorspeld dat die een klap gaat krijgen van deze periode.

Hoe zie je de toekomst van de bouw en van de bouwkunde?
Een belangrijk punt om gezamenlijk als sector op te pakken is de digitalisering van de bouw. Veel van de werkzaamheden in de bouw die nu nog met de hand gebeuren, kunnen geautomatiseerd worden. Naast dat het efficiënter is, heb je meer controle op processen en kun je door het hebben van een digitaal overzicht, makkelijker stukken werk met elkaar afstemmen.
Ik noem een voorbeeld. In de toekomst is het idee dat huizen 3D geprint worden. Nu heb je al halffabricaten die in de fabriek worden gemaakt en op de werkplaats worden afgemaakt. Maar er zijn ook ontwikkelingen gaande dat je een heel huis kunt printen. We hebben in Eindhoven een betonprinter staan die bijna iedere vorm die je wenst kan printen. Dat doorbreekt niet alleen de traditie van rechte muren, maar vraagt ook om een andere productieketen. Naast dat er minder handen aan te pas komen, brengt deze techniek ook meer flexibiliteit.

De digitalisering van de bouw is ook één van de agendapunten van het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC). Daarin komen alle sectoren uit de bouw samen: de ministeries, de kennisinstellingen en de bouwkoepels. Wij zitten er met Henk Visscher (TUD) als afgevaardigde vanuit 4TU.Bouw in en vertegenwoordigen het innovatie en R&D-deel. Zojuist zijn er een drietal Kennis- en Innovatieprogramma’s opgeleverd, waaronder het Kennis- en Innovatieprogramma Digitalisering. Deze programma’s worden afgestemd in de gehele bouwketen. Er is nu een langjarige strategische visie op digitalisering in de bouw (denk aan robotics, Artificial Intelligence, Virtual, Augmented en Mixed Reality, en Digital Twins).

"Ik zie 4TU.Bouw als de waakhond voor R&D en technologische innovaties als 3D-printing en Virtual Reality. Voor de toekomst van onze sector is het belangrijk om daar structureel in te investeren."

Het BTIC is bedoeld als een platform om de innovatie in de bouwsector – door de hele keten heen- te bereiken. Door op thema’s te werken - naast digitalisering zijn dat ook de energietransitie en circulariteit- worden innovatiestappen ook echt gemaakt.
Zelf zie ik ons aan deze tafel wel als de waakhond voor R&D en technologische innovaties als 3D-printing. Voor de toekomst van onze sector is het belangrijk om daar structureel in te investeren en tegelijk te zorgen voor continuïteit van academische onderzoekslijnen door bijvoorbeeld de promovendi mee te financieren.

Je noemde 3D-printing al als belangrijke innovatie maar je weet vast nog een andere voorbeelden?
Jazeker. Ik zie Virtual Reality (VR) ook als een kansrijke innovatie. Voor toepassing kun je denken aan het bouwen op wijkniveau. Als daar dingen aangepakt worden, kunnen burgers met VR beleven en zien hoe de omgeving verandert, en kun je hen meenemen in de keuzes die daarbij gemaakt worden. Bijvoorbeeld bij het aanbrengen van een asfaltlaag of een geluidsscherm, dan laat je mensen het verschil in geluid ervaren. Dan ben je bezig draagvlak te creëren en zet je VR in als communicatiemiddel.
Maar VR kan ook ingezet worden als Digital Twin. Dan kun je met een digitale kopie het hele bouwproces virtueel volgen en de status doornemen met de mensen waarmee je in de keten samenwerkt. Dan is VR een manier om werkprocessen efficiënter te maken.

Zijn er nog meer thema’s die volgens jou aangepakt moeten worden?
Zelf vind ik dat de werkwijze van universiteiten beter kan. Universiteiten werken traditioneel vanuit disciplines terwijl de meeste problematiek in de bouw thematisch is. Bijvoorbeeld bij een actueel thema als de energietransitie. Wanneer je daar goede oplossingen voor wilt aandragen, heb je meerdere disciplines nodig die met hun kennis en innovatie kunnen bijdragen. Zo heb je enerzijds de energie-opwekkingsmechanismes en bronnen en anderzijds de integratie in de gebouwde omgeving met daarbij een stuk acceptatie van mensen.

In de huidige academische setting wordt samenwerking nog te weinig gewaardeerd. Daar ligt de focus naar mijn mening nu nog te veel op de universitaire disciplines en wat een wetenschapper daar individueel op presteert.  
Ik wil dat we daar vanuit 4TU.Bouw ook meer op gaan letten. Dat de universiteiten in de toekomst meer mensen aannemen die goed zijn in een bepaald thema en daar de bijhorende disciplines achter kunnen scharen, daar integraal op kunnen opereren. Op die manier sla je nog beter de brug tussen de maatschappelijke problemen en de expertises die universiteiten in huis hebben. Dat is ook één van de krachten van een verband als 4TU.

Dan volgt meteen de volgende vraag: wat zie je als de grootste kracht van 4TU?
Voor mij is het belangrijkste dat een onderzoeker aan een maatschappelijke vraag bijdraagt. Als je dat samen met anderen doet, biedt dat alleen maar voordelen. Je werft meer financiering, meer kennis en hebt meer impact.  Ook als je het belang van maatschappelijke problemen gerelateerd aan onze sector duidelijk wil maken en daarvoor financiering wil genereren van de overheid, lukt dat je haast niet als één universiteit. Ook daar is samen optrekken veel slimmer dan alleen.

Kun je tot slot iets vertellen over jouw achtergrond?
Ik houd mij bezig met akoestiek, de wetenschap van geluid. Bij mij gaat het om de invloed van de gebouwde omgeving op geluid. Bijvoorbeeld in een concertzaal. Hoe beïnvloedt deze omgeving het geluid? Of een vliegtuig. Hoe gedraagt het geluid daarvan zich door de lucht, door de verschillende luchtlagen in de atmosfeer heen.
Wat ik doe is enerzijds het opbouwen van kennis en anderzijds het aandragen van oplossingen. Concertzalen, maar ook collegezalen en kantines moeten goed ontworpen zijn. Dat vraagt om goede oplossingen qua materialen maar ook qua communicatie eromheen. Je moet mensen meenemen, zij moeten het zich kunnen voorstellen. Dat kan met rekenmodellen maar het beste is ernaar te luisteren. Akoestiek is een specialistische taal. Als je tegen iemand zegt ‘iets is 60 dB’ dan zegt dat bijna niemand iets. Maar als je iets kunt laten horen -bijvoorbeeld in VR- dan hebben ze er een beter beeld bij. VR is ook goed in te zetten bij ervarings- en perceptieonderzoek. Het fysicadeel en het perceptiedeel in dergelijk onderzoek, de combinatie van die twee, vind ik heel leuk. Ik denk dat ik bij 4TU.Bouw heel goed op mijn plek zit omdat ik ook hier kan schakelen tussen verschillende kennisgebieden. Ik kijk dan ook met veel plezier uit naar alle op te starten samenwerkingen vanuit mijn nieuwe rol als wetenschappelijk directeur!

4TU.Bouw is een samenwerking tussen de bouwfaculteiten van de vier technische universiteiten (Delft, Eindhoven, Twente en Wageningen). Meer informatie over de doelen en de organisatie is hier te vinden.

Prof.dr.ir. Maarten Hornikx is hoogleraar Building Acoustics, vice-decaan van de faculteit bouwkunde en leidt de leerstoel ‘Building Acoustics’ van afdeling ‘Building Physics and Services’ (BPS). De expertise van Hornikx is het modelleren van geluid in de gebouwde omgeving.

Maarten Hornikx behaalde een MSc aan de TU/e (2004) en een doctoraat in de toegepaste akoestiek aan de Chalmers University of Technology (2009). Daar begon hij als senior onderzoeker op door EU gefinancierde projecten waarin hij zich toelegde op modellen die de verspreiding van stadsgeluid in kaart brengen.

Hij heeft twee individuele Marie-Curie-beurzen gekregen: een Marie-Curie post-doc-beurs (2009) en een Career Integration Grant (2012). Hij coördineert momenteel een NWO OTP-project en het H2020 ITN-project Acoutect. Ook werkt Hornikx nauw samen met verschillende industriële partners op het gebied van virtuele akoestiek en geluidsabsorberende materialen.

Interview met Maarten Hornikx, nieuwe directeur 4TU.Bouw

Maarten Hornikx (TU/e) is sinds februari 2020 wetenschappelijk directeur van 4TU.Bouw. Hij heeft deze rol overgenomen van André Dorée (UT) die nog als een van de vier TU-ambassadeurs bij 4TU.Bouw betrokken blijft.

De 4TU.Federatie interviewde Maarten over zijn eerste indrukken, de toekomst van de bouwsector en over zijn eigen onderzoeksgebied, de invloed van geluid op de gebouwde omgeving.

Voor wie 4TU.Bouw niet kent, wat doen jullie en wat is jullie kracht?
4TU.Bouw is een samenwerking tussen de bouwfaculteiten van de vier technische universiteiten Delft, Eindhoven, Twente en Wageningen. Onze voornaamste doel is te werken aan een agenda om tot innovaties in de bouw te komen als onderdeel van de hele innovatieketen, van onderzoek op universiteiten tot opgeleverd gebouw. Op de individuele bouwfaculteiten zijn we hier al langer mee bezig. Als je dit samen als 4 TU’s oppakt, ben je een stuk krachtiger.
Daarnaast is ook de loketfunctie van 4TU.Bouw belangrijk. Het hebben van één aanspreekpunt als het gaat om vragen vanuit de bouwsector. Als er bijvoorbeeld een expert op het stikstofprobleem nodig is, dan komen wij met namen en hoeft die persoon niet alle afzonderlijke universiteiten af te gaan. Je hebt de achterban op deze manier heel snel gemobiliseerd.
Ook bundelen wij als bouwfaculteiten de krachten in gezamenlijke onderzoeksprogramma’s. Met de expertise van vier universiteiten verhoog je de kans op financiering en op wetenschappelijk succes.
Tot slot wordt de gezamenlijke 4TU-masteropleiding ‘Construction Management & Engineering’ vanuit de bouwfaculteiten vormgegeven. Dit is een integrale opleiding waarin verschillende expertises die de bouwfaculteiten te bieden hebben, gecombineerd worden. We werken hiermee als 4TU.Bouw nauw samen om een ingenieur af te leveren die zowel de benodigde bouw- en engineering skills heeft als de capaciteiten om complexe (innovatie)processen te begeleiden. Zo’n type ingenieur is nodig om de complexe, multidisciplinaire vraagstukken in de bouw en de maatschappij voldoende toegerust tegemoet te kunnen treden.

"Materialen en processen zullen circulair moeten worden. Als bouwsector zul je, om hier een rol van betekenis in te kunnen spelen, met innovatieve oplossingen moeten komen. Doe je dat niet dan loop je altijd achter de troepen aan."

De innovatie in de bouwsector die je net noemde, waarom is die zo belangrijk?
De bouwsector innoveert niet snel, het is nog een redelijk archaïsche sector waarin bijvoorbeeld veel van de werkzaamheden nog handwerk zijn. Vanuit 4TU.Bouw willen we de sector bewust maken van de noodzaak van innovatie, hen inspireren met de goede voorbeelden en ervoor zorgen dat de kennis en expertise die wij aan de universiteiten ontwikkelen ook echt in het bouwproces landen.

Ik wil daarbij benadrukken dat het niet innoveren om het innoveren is. Innoveren doe je omdat er maatschappelijke vraagstukken liggen. Zo moeten we in 2050 toe naar een circulaire maatschappij. Dat heeft invloed op de bouw. Materialen en processen zullen circulair moeten worden. Als bouwsector zul je, om hier een rol van betekenis in te kunnen spelen, met innovatieve oplossingen moeten komen. Doe je dat niet dan loop je altijd achter de troepen aan.

Zijn er nog meer redenen om te innoveren?
Ja, het maakt de bouwsector minder kwetsbaar dan die nu is. Momenteel zijn de activiteiten in de bouw heel erg afhankelijk van economische bewegingen. Als de economie in het slop raakt, gaat de bouw mee. Ik ben van mening dat als je veel innovatie in een sector hebt, je hier minder afhankelijk van bent. Van de bouw wordt nu al voorspeld dat die een klap gaat krijgen van deze periode.

Hoe zie je de toekomst van de bouw en van de bouwkunde?
Een belangrijk punt om gezamenlijk als sector op te pakken is de digitalisering van de bouw. Veel van de werkzaamheden in de bouw die nu nog met de hand gebeuren, kunnen geautomatiseerd worden. Naast dat het efficiënter is, heb je meer controle op processen en kun je door het hebben van een digitaal overzicht, makkelijker stukken werk met elkaar afstemmen.
Ik noem een voorbeeld. In de toekomst is het idee dat huizen 3D geprint worden. Nu heb je al halffabricaten die in de fabriek worden gemaakt en op de werkplaats worden afgemaakt. Maar er zijn ook ontwikkelingen gaande dat je een heel huis kunt printen. We hebben in Eindhoven een betonprinter staan die bijna iedere vorm die je wenst kan printen. Dat doorbreekt niet alleen de traditie van rechte muren, maar vraagt ook om een andere productieketen. Naast dat er minder handen aan te pas komen, brengt deze techniek ook meer flexibiliteit.

De digitalisering van de bouw is ook één van de agendapunten van het Bouw en Techniek Innovatiecentrum (BTIC). Daarin komen alle sectoren uit de bouw samen: de ministeries, de kennisinstellingen en de bouwkoepels. Wij zitten er met Henk Visscher (TUD) als afgevaardigde vanuit 4TU.Bouw in en vertegenwoordigen het innovatie en R&D-deel. Zojuist zijn er een drietal Kennis- en Innovatieprogramma’s opgeleverd, waaronder het Kennis- en Innovatieprogramma Digitalisering. Deze programma’s worden afgestemd in de gehele bouwketen. Er is nu een langjarige strategische visie op digitalisering in de bouw (denk aan robotics, Artificial Intelligence, Virtual, Augmented en Mixed Reality, en Digital Twins).

"Ik zie 4TU.Bouw als de waakhond voor R&D en technologische innovaties als 3D-printing en Virtual Reality. Voor de toekomst van onze sector is het belangrijk om daar structureel in te investeren."

Het BTIC is bedoeld als een platform om de innovatie in de bouwsector – door de hele keten heen- te bereiken. Door op thema’s te werken - naast digitalisering zijn dat ook de energietransitie en circulariteit- worden innovatiestappen ook echt gemaakt.
Zelf zie ik ons aan deze tafel wel als de waakhond voor R&D en technologische innovaties als 3D-printing. Voor de toekomst van onze sector is het belangrijk om daar structureel in te investeren en tegelijk te zorgen voor continuïteit van academische onderzoekslijnen door bijvoorbeeld de promovendi mee te financieren.

Je noemde 3D-printing al als belangrijke innovatie maar je weet vast nog een andere voorbeelden?
Jazeker. Ik zie Virtual Reality (VR) ook als een kansrijke innovatie. Voor toepassing kun je denken aan het bouwen op wijkniveau. Als daar dingen aangepakt worden, kunnen burgers met VR beleven en zien hoe de omgeving verandert, en kun je hen meenemen in de keuzes die daarbij gemaakt worden. Bijvoorbeeld bij het aanbrengen van een asfaltlaag of een geluidsscherm, dan laat je mensen het verschil in geluid ervaren. Dan ben je bezig draagvlak te creëren en zet je VR in als communicatiemiddel.
Maar VR kan ook ingezet worden als Digital Twin. Dan kun je met een digitale kopie het hele bouwproces virtueel volgen en de status doornemen met de mensen waarmee je in de keten samenwerkt. Dan is VR een manier om werkprocessen efficiënter te maken.

Zijn er nog meer thema’s die volgens jou aangepakt moeten worden?
Zelf vind ik dat de werkwijze van universiteiten beter kan. Universiteiten werken traditioneel vanuit disciplines terwijl de meeste problematiek in de bouw thematisch is. Bijvoorbeeld bij een actueel thema als de energietransitie. Wanneer je daar goede oplossingen voor wilt aandragen, heb je meerdere disciplines nodig die met hun kennis en innovatie kunnen bijdragen. Zo heb je enerzijds de energie-opwekkingsmechanismes en bronnen en anderzijds de integratie in de gebouwde omgeving met daarbij een stuk acceptatie van mensen.

In de huidige academische setting wordt samenwerking nog te weinig gewaardeerd. Daar ligt de focus naar mijn mening nu nog te veel op de universitaire disciplines en wat een wetenschapper daar individueel op presteert.  
Ik wil dat we daar vanuit 4TU.Bouw ook meer op gaan letten. Dat de universiteiten in de toekomst meer mensen aannemen die goed zijn in een bepaald thema en daar de bijhorende disciplines achter kunnen scharen, daar integraal op kunnen opereren. Op die manier sla je nog beter de brug tussen de maatschappelijke problemen en de expertises die universiteiten in huis hebben. Dat is ook één van de krachten van een verband als 4TU.

Dan volgt meteen de volgende vraag: wat zie je als de grootste kracht van 4TU?
Voor mij is het belangrijkste dat een onderzoeker aan een maatschappelijke vraag bijdraagt. Als je dat samen met anderen doet, biedt dat alleen maar voordelen. Je werft meer financiering, meer kennis en hebt meer impact.  Ook als je het belang van maatschappelijke problemen gerelateerd aan onze sector duidelijk wil maken en daarvoor financiering wil genereren van de overheid, lukt dat je haast niet als één universiteit. Ook daar is samen optrekken veel slimmer dan alleen.

Kun je tot slot iets vertellen over jouw achtergrond?
Ik houd mij bezig met akoestiek, de wetenschap van geluid. Bij mij gaat het om de invloed van de gebouwde omgeving op geluid. Bijvoorbeeld in een concertzaal. Hoe beïnvloedt deze omgeving het geluid? Of een vliegtuig. Hoe gedraagt het geluid daarvan zich door de lucht, door de verschillende luchtlagen in de atmosfeer heen.
Wat ik doe is enerzijds het opbouwen van kennis en anderzijds het aandragen van oplossingen. Concertzalen, maar ook collegezalen en kantines moeten goed ontworpen zijn. Dat vraagt om goede oplossingen qua materialen maar ook qua communicatie eromheen. Je moet mensen meenemen, zij moeten het zich kunnen voorstellen. Dat kan met rekenmodellen maar het beste is ernaar te luisteren. Akoestiek is een specialistische taal. Als je tegen iemand zegt ‘iets is 60 dB’ dan zegt dat bijna niemand iets. Maar als je iets kunt laten horen -bijvoorbeeld in VR- dan hebben ze er een beter beeld bij. VR is ook goed in te zetten bij ervarings- en perceptieonderzoek. Het fysicadeel en het perceptiedeel in dergelijk onderzoek, de combinatie van die twee, vind ik heel leuk. Ik denk dat ik bij 4TU.Bouw heel goed op mijn plek zit omdat ik ook hier kan schakelen tussen verschillende kennisgebieden. Ik kijk dan ook met veel plezier uit naar alle op te starten samenwerkingen vanuit mijn nieuwe rol als wetenschappelijk directeur!

4TU.Bouw is een samenwerking tussen de bouwfaculteiten van de vier technische universiteiten (Delft, Eindhoven, Twente en Wageningen). Meer informatie over de doelen en de organisatie is hier te vinden.

Prof.dr.ir. Maarten Hornikx is hoogleraar Building Acoustics, vice-decaan van de faculteit bouwkunde en leidt de leerstoel ‘Building Acoustics’ van afdeling ‘Building Physics and Services’ (BPS). De expertise van Hornikx is het modelleren van geluid in de gebouwde omgeving.

Maarten Hornikx behaalde een MSc aan de TU/e (2004) en een doctoraat in de toegepaste akoestiek aan de Chalmers University of Technology (2009). Daar begon hij als senior onderzoeker op door EU gefinancierde projecten waarin hij zich toelegde op modellen die de verspreiding van stadsgeluid in kaart brengen.

Hij heeft twee individuele Marie-Curie-beurzen gekregen: een Marie-Curie post-doc-beurs (2009) en een Career Integration Grant (2012). Hij coördineert momenteel een NWO OTP-project en het H2020 ITN-project Acoutect. Ook werkt Hornikx nauw samen met verschillende industriële partners op het gebied van virtuele akoestiek en geluidsabsorberende materialen.