De catch-22 van tech startups: innovatief, dus riskant

Een tweegesprek tussen Nico Nijenhuis (4TU.IMPACT/ UT) en Eric de Vries (CEO 4SilenceBV).
4TU Delft
4TU Eindhoven
4TU Twente
4TU Wageningen
Tekst: Nienke Beintema | Fotografie: Dieuwertje Bravenboer

In startups vinden de échte innovaties plaats, hoor je vaak. Tegelijkertijd worstelen veel startups met hun financiering en weg naar de markt. Hoe kan dat? Wat moet daaraan gebeuren? En wat maakt startups eigenlijk zo belangrijk? Een gesprek met twee innovatieve tech-ondernemers, van wie er een ook actief is binnen 4TU.Impact.

Het is de tragiek van innovaties: ze zijn per definitie vernieuwend. Als ze nog volop in ontwikkeling zijn, hebben ze zich nog niet grootschalig bewezen. Juist in dat stadium is er geld en ondersteuning nodig om ze te testen, door te ontwikkelen en naar de markt te brengen. Maar wie durft er te investeren in ideeën die zich nog niet hebben bewezen?

Van oudsher zit die catch-22 veel tech-ontwikkelingen in de weg. De laatste jaren komt daar langzaam verandering in. Overheid en bedrijfsleven slaan de handen ineen om innovatie te ondersteunen met stimuleringsprogramma’s, zoals TTT (zie kader). En ook de vier TU’s hebben technology transfer steeds meer op hun radar staan, met programma’s als 4TU.Impact (zie kader) en aparte offices die helpen veelbelovende uitvindingen te identificeren, te ondersteunen en naar de markt te brengen.

Maar werkt dat al? Is het genoeg? Waar lopen startups nog altijd tegenaan? Aan tafel met twee ervaringsdeskundigen, die allebei een tech-startup begonnen. Een van hen bestuurt nu ook een 4TU-programma dat innovaties naar de markt moet helpen. 

Wie?
Nico Nijenhuis (1986) is programmadirecteur van Thematic Technology Transfer – Smart Industries (TTT-SI). Hierin werken de vier TU’s en TNO samen om innovatieve tech-ontwikkelingen in een vroeger stadium te ondersteunen en op de markt te brengen (zie kader). Daarnaast is hij actief als business developer in het Knowledge & Technology Transfer Office (KTO) van de Universiteit Twente. Nico is mede-oprichter van Space53, een publiek-privaat consortium van nationale en internationale partijen die zich met drones bezighouden. In 2012 startte hij Clear Flight Solutions, nu bekend als RoBird Company, een bedrijf dat afstandbestuurbare robotische vogels ontwikkelt.

Eric de Vries (1969) is ceo en partner van 4Silence BV, een bedrijf dat innovatieve geluidsreducerende oplossingen ontwikkelt voor bijvoorbeeld wegen, snelwegen en spoorbanen. Deze producten vormen een baan of barrière naast het spoor of asfalt en buigen het lawaai naar boven af, door middel van zogeheten diffractoren. Ze zijn goedkoper, duurzamer, handzamer en minder beeldbepalend dan conventionele geluidsbarrières, maar je kunt ze ook daarmee combineren voor extra effectiviteit.

‘De kunst is dat je veel vroeger bijspringt in het ontwikkelingsproces’, zegt Nico Nijenhuis van het Knowledge and Technology Transfer Office van de Universiteit Twente en directeur van het programma TTT-SI. ‘Dat je veelbelovende innovaties veel eerder in de praktijk kunt gaan testen.’

‘Maar juist dat is problematisch in een land als Nederland, dat alles perfect heeft dichtgetimmerd’, zegt Eric de Vries, ceo van 4Silence BV.

Waarom zijn startups eigenlijk zo belangrijk?
Nico: ‘Startups tonen een wil, een doel, een ambitie om echt iets nieuws te maken. Dat zeldzame ondernemerschap moet je koesteren, want juist het MKB is de motor van onze economie. We zijn een kenniseconomie. Die startups ontwikkelen zoveel kennis en innovatie in zo’n korte tijd – daar kunnen grote bedrijven helemaal niet aan tippen.’

Eric: ‘De mensen die startups oprichten, zijn vaak echt heel gedreven. Niet per se om geld te verdienen, maar om de wereld beter, duurzamer en efficiënter te maken. Om goede oplossingen te verzinnen voor de steeds grotere problemen waar we mee te maken hebben. Die gedrevenheid, die zie je vooral bij startups.’

"Iets als MRI was er nooit gekomen zonder het jarenlange fundamentele onderzoek aan deeltjesversnellers, gefinancierd uit publieke middelen. Het is dat diepere begrip van de wereld dat leidt tot echte innovaties. En dat gaat niet bij de grote jongens vandaan komen."
Nico Nijenhuis

Nico: ‘Daar komt bij: veel innovaties zijn gebaseerd op decennia aan fundamenteel onderzoek. Dat vindt niet plaats bij bedrijven, maar bij de kennisinstituten. Iets als MRI was er nooit gekomen zonder het jarenlange fundamentele onderzoek aan deeltjesversnellers, gefinancierd uit publieke middelen. Het is dat diepere begrip van de wereld dat leidt tot echte innovaties. En dat gaat niet bij de grote jongens vandaan komen.’

Welk type innovaties is voor Nederland vooral belangrijk?
Eric: ‘Ik vind dat we niet steeds alles in een hokje moeten stoppen. Over de hele breedte zijn startups belangrijk. Je ziet het ook bij de overheid: dan worden startups alleen ondersteund als ze in een bepaald hokje passen. Wij maken bijvoorbeeld betonnen elementen met daarin structuren die geluid op een bepaalde manier breken. Daarvan zeggen mensen: dat is niet high-tech, want er zit geen stekker aan. Daar ben ik het niet mee eens. En dan nog: er zijn heel briljante oplossingen die niet in dat hokje passen.’

Nico: ‘Het programma waar ik directeur van ben, heet ‘Smart Systems’. Daarbij zie je dat ook een beetje. Maar in het beleid moeten we nu eenmaal keuzes maken. Er zullen altijd innovaties zijn die buiten de boot vallen. Maar je hebt gelijk: dat een innovatierichting niet populair is, wil niet zeggen dat die niet relevant is. Daarom pleit ik ook altijd voor open categorieën bij het toekennen van subsidies. Die zijn er lang niet genoeg.’ 

"Als een innovatie goed genoeg is, dan zal die vanzelf zijn geld opbrengen. Als ondernemer moet je ook zelf je broek kunnen ophouden. Je moet gewoon een goed verhaal, een goed product en een goede markt hebben."
Eric de Vries

Eric: ‘Financiering is absoluut een punt, ja. Maar tegelijkertijd moet je blijven denken als een ondernemer. Als een innovatie goed genoeg is, dan zal die vanzelf zijn geld opbrengen. Als ondernemer moet je ook zelf je broek kunnen ophouden. Je moet gewoon een goed verhaal, een goed product en een goede markt hebben.’

Nico: ‘High-tech gaat vaak over harde wetenschap, iets tastbaars, bijvoorbeeld met sensoren. Dat soort innovaties heeft meer tijd, geld en expertise nodig om naar de markt te komen. Dus ik vind het wel terecht dat daarin onderscheid wordt gemaakt: er bestaan grote verschillen in financieringsbehoefte.’

In welk type innovaties is Nederland sterk?
Nico: ‘Medische technologie, quantum computing, nanotechnologie en fotonica, high-tech robotica…’
Eric: ‘…en natuurlijk geluidswering, hahaha.’
Nico: ‘Ja, hoe simpel Erics werk er ook uitziet, de ideeën en het denkwerk erachter moet je niet onderschatten.’
Eric: ‘Wij vallen een beetje buiten de kaders. Juist dat disruptieve vind ik mooi.’

Met welke bottlenecks hebben startups te maken?
Eric: ‘Onze overheid heeft alles perfect geregeld. Zodra je iets doet wat daar een beetje buiten valt, kun je dat niet zomaar in de praktijk brengen. Neem nu onze geluidswering. Verkeerslawaai valt onder wettelijke kaders. Daar moeten wij ook aan voldoen, maar niemand weet hoe dat werkt voor iets totaal nieuws. Hoe pas je dat in in de huidige regelgeving? Dat is een web waar je bijna niet doorheen komt.’

Nico: ‘Dat zie ik ook in de dronewereld. Eén op één wat Eric zegt. Al die luchtvaartregels… Zelf heb ik weleens gezegd: ik pak de hele boel op en verhuis naar Amerika. Maar het is uiteindelijk gelukt. Bij Eric ook.’

Eric: ‘Door te blijven doorzetten. Te blijven lobbyen, drammen, prikkelen. Mensen irriteren. Zorgen dat je ergens mag laten zien dat het wérkt.’

Welke rol kan 4TU daarin spelen?
Nico: ‘Als 4TU zijn we een groot voorstander van proeftuinen. Dat zijn omgevingen waar je uitvindingen veilig in de praktijk kunt testen, in realistische situaties. Als daar dan iets bewezen is, dan kan het makkelijker doorstromen. Dus daar is veel winst te boeken: in het realiseren van die proeftuinen. Daar werken wij dan ook hard aan.’

"Dat risicomijdende zit niet alleen bij de overheid, maar in het hele Nederlandse DNA. Dat is een kwalijke zaak. We hebben meer flexibiliteit nodig, al is het maar bij het aanwijzen van uitzonderingsposities, of proefperiodes. Ja, daar pleiten wij voor op nationaal niveau."
Nico Nijenhuis

Eric: ‘Kan 4TU ook niet lobbyen richting de politiek? We verzanden nu vaak in discussies en worden van het kastje naar de muur gestuurd. Puur omdat de juiste kennis er bij de overheid niet is. Prima dat ze zorgvuldig zijn, maar ze zijn ook risicomijdend. Ja, je proeft mijn frustratie wel.’

Nico: ‘Dat risicomijdende zit niet alleen bij de overheid, maar in het hele Nederlandse DNA. Dat is een kwalijke zaak. We hebben meer flexibiliteit nodig, al is het maar bij het aanwijzen van uitzonderingsposities, of proefperiodes. Ja, daar pleiten wij voor op nationaal niveau.’

Eric: ‘Als een technologie zich eerder mag bewijzen, kan die ook eerder geld gaan opbrengen en heb je minder subsidie nodig.’

Nico: ‘En als een technologie er langer over doet om zich te bewijzen, is hij ook minder interessant voor investeerders. We maken het onszelf wel moeilijk, als Nederland.’

Maar hoe zet 4TU zich daar dan voor in?
Nico: ‘Allereerst door promovendi ervan op de hoogte te stellen dat iedere TU een valorisatie-office heeft. En welke startup-financiering er bestaat – ook de kleine bedragen. 25.000 euro klinkt misschien niet als veel, maar het is genoeg om uit te zoeken of iets kansrijk is. En dan heb je makkelijker toegang tot grotere fondsen. En als je dat stukje risico wegneemt, dan doen investeerders ook eerder mee. En lobbyen, dat doen wij inderdaad ook. Maar de kritische vraag die ik dan stel, is of de industrie zelf niet sterk genoeg is om die lobby te doen?’

Eric: ‘Wij zijn een eenling, als startup vanuit de Universiteit Twente. Voor ons is dat echt lastig te regelen. Niet alle startups hebben de tijd – of de expertise – om zich te verenigen.’

Nico: ‘Daarin kunnen wij ook wel een rol spelen. Wij bieden onze promovendi een heel scala aan ondersteuning en trainingen op het vlak van ondernemerschap. De Universiteit Twente heeft daarnaast een tweejarig programma voor startups waarin we ze toegang bieden tot boekhouders, accountants, advocaten… Elke TU heeft daarvan zijn eigen variant. En je ziet het terug in het TTT-programma: aandacht voor het vertellen van een fatsoenlijk verhaal, het maken van een businessplan, communicatiestrategie, HR…. We geven mensen de handvatten die ze nodig hebben om het verder zelf te doen.’

Welke rol speelt het 4TU.Impact Plan daarin?
Nico: ‘Wij proberen zo veel mogelijk elementen uit dat rapport in te passen in ons TTT-programma. Bijvoorbeeld toegang tot talent. We zorgen dat we voldoende goede talenten aantrekken, van potentiële ceo’s, cto’s en cfo’s tot gewoon knettergoeie technische mensen en salestalent. We werken bijvoorbeeld aan een pool van ceo-talent, zodat niet iedere startup daar zelf naar op zoek hoeft.’

4TU werkt, naast het programma TTT-SI, ook aan een ander thema binnen TTT: over optimaal (her)gebruik van materialen en grondstoffen. Binnenkort hoopt 4TU daar een derde thema aan toe te voegen: medische technologie. Aan die aanvraag werkt 4TU samen met enkele Universitair Medische Centra (UMC’s). ‘Ik hoop echt dat het normaal wordt om qua valorisatie samen te werken met andere kennisinstellingen’, merkt Nico op. ‘Dat is óók een van de doelen van TTT: dat dat normaler wordt.’

Het klinkt allemaal nog behoorlijk lastig om die samenwerkingen echt tot valorisatie te laten leiden…. Zijn jullie wat dat betreft optimistisch?
Nico: ‘Ondanks alle kritieken zijn wij nog steeds een van de gunstigste landen ter wereld als het gaat om ons startupklimaat. Het zijn ook luxeproblemen. Het is dat onze ambities heel uitgesproken zijn: over hoe het nóg beter kan.’

Eric: ‘Ja, ik klink misschien soms wat negatief, maar er zijn veel mooie dingen. Als je hier iets nieuws bedenkt, dan zijn mensen meteen heel enthousiast. Iedereen wil meedoen en je krijgt veel kansen. Dat is in Duitsland heel anders. Maar het wringt bij ons dus wel in die afronding. De Duitsers zeggen eerder: oké, je hebt het bewezen, dus nu mag je het in de praktijk brengen. Maar wat dat betreft heeft het ons wel geholpen dat wij zijn gestart vanuit een TU, hoor. Dat heeft veel publiciteit gegenereerd en bij de overheid ook wel de eerste skepsis weggenomen.’

Nico: ‘Dat horen we vanuit alle TU’s. Je wordt serieuzer genomen.’

"Zoek een investeerder die bij je past en die naast geld ook toegevoegde waarde levert. Blijf werken vanuit je eigen heilige geloof in jouw innovatie. En blijf doorzetten."
Eric de Vries

Eric, heb je op dit vlak nog tips voor 4TU?
Eric: ‘Blijf lobbyen bij de overheid, om innovaties een kans te geven. En blijf mensen trainen. Ook bijvoorbeeld in het omgaan met investeerders. Je moet niet zomaar al het geld aanpakken dat je aangeboden krijgt. Je moet héél goed naar de voorwaarden kijken. Dus dat is ook mijn tip voor de startups zelf. Zoek een investeerder die bij je past en die naast geld ook toegevoegde waarde levert. Blijf werken vanuit je eigen heilige geloof in jouw innovatie. En blijf doorzetten.’

Nico: ‘Inderdaad. En blijf lol maken.’ Hij denkt even na, en voegt dan toe: ‘En weet heel goed wat je niet weet en wat je niet kan. Roep op tijd hulp in. Maar wat wij ook voor je doen, het wordt nooit een gespreid bedje. Dat is ook een heel leuk aspect van pionieren, maar daar moet je wel tegen kunnen.’

Eric: ‘Maar als het dan lukt, dan is pionieren het gaafste wat er is.’

4TU.Impact
De vier TU’s werken op het vlak van valorisatie samen binnen het programma 4TU.Impact. Ze bundelen hierin hun krachten om kennis en creativiteit in de technologiesector optimaal te benutten om daarmee de kenniseconomie in Nederland verder te versterken. De plannen staan verwoord in het 4TU.Impact Plan. Dat is modulair opgebouwd, zodat andere partijen eenvoudig kunnen aansluiten. De modules zijn: Samenwerking met het bedrijfsleven, Living labs, Business Development & Ondernemerschap en Startupfinanciering. De kracht zit in de samenwerking tussen de kennisinstellingen, samen met het bedrijfsleven, regionale en nationale overheden en partijen als NWO-TTW. Ook het ministerie van EZK is nauw betrokken.

TTT
Thematic Technology Transfer (TTT) is een overheidsstimulering van 24 miljoen euro die onderzoeksconsortia helpt bij kennisdeling, en die kennis-startups voorziet van startkapitaal. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) selecteerden daarvoor de consortia. Een daarvan is een samenwerking tussen 4TU en TNO. Onder de noemer Smart Industries (TTT-SI) kregen zij 8 miljoen euro voor de ontwikkeling van ‘slimme systemen’ in onder meer auto’s, robotica en landbouw. Een tweede TTT-toekenning aan 4TU en TNO, eveneens van 8 miljoen euro, richt zich op Circulaire Technologie.

Tekst: Nienke Beintema | Fotografie: Dieuwertje Bravenboer

In startups vinden de échte innovaties plaats, hoor je vaak. Tegelijkertijd worstelen veel startups met hun financiering en weg naar de markt. Hoe kan dat? Wat moet daaraan gebeuren? En wat maakt startups eigenlijk zo belangrijk? Een gesprek met twee innovatieve tech-ondernemers, van wie er een ook actief is binnen 4TU.Impact.

Het is de tragiek van innovaties: ze zijn per definitie vernieuwend. Als ze nog volop in ontwikkeling zijn, hebben ze zich nog niet grootschalig bewezen. Juist in dat stadium is er geld en ondersteuning nodig om ze te testen, door te ontwikkelen en naar de markt te brengen. Maar wie durft er te investeren in ideeën die zich nog niet hebben bewezen?

Van oudsher zit die catch-22 veel tech-ontwikkelingen in de weg. De laatste jaren komt daar langzaam verandering in. Overheid en bedrijfsleven slaan de handen ineen om innovatie te ondersteunen met stimuleringsprogramma’s, zoals TTT (zie kader). En ook de vier TU’s hebben technology transfer steeds meer op hun radar staan, met programma’s als 4TU.Impact (zie kader) en aparte offices die helpen veelbelovende uitvindingen te identificeren, te ondersteunen en naar de markt te brengen.

Maar werkt dat al? Is het genoeg? Waar lopen startups nog altijd tegenaan? Aan tafel met twee ervaringsdeskundigen, die allebei een tech-startup begonnen. Een van hen bestuurt nu ook een 4TU-programma dat innovaties naar de markt moet helpen. 

Wie?
Nico Nijenhuis (1986) is programmadirecteur van Thematic Technology Transfer – Smart Industries (TTT-SI). Hierin werken de vier TU’s en TNO samen om innovatieve tech-ontwikkelingen in een vroeger stadium te ondersteunen en op de markt te brengen (zie kader). Daarnaast is hij actief als business developer in het Knowledge & Technology Transfer Office (KTO) van de Universiteit Twente. Nico is mede-oprichter van Space53, een publiek-privaat consortium van nationale en internationale partijen die zich met drones bezighouden. In 2012 startte hij Clear Flight Solutions, nu bekend als RoBird Company, een bedrijf dat afstandbestuurbare robotische vogels ontwikkelt.

Eric de Vries (1969) is ceo en partner van 4Silence BV, een bedrijf dat innovatieve geluidsreducerende oplossingen ontwikkelt voor bijvoorbeeld wegen, snelwegen en spoorbanen. Deze producten vormen een baan of barrière naast het spoor of asfalt en buigen het lawaai naar boven af, door middel van zogeheten diffractoren. Ze zijn goedkoper, duurzamer, handzamer en minder beeldbepalend dan conventionele geluidsbarrières, maar je kunt ze ook daarmee combineren voor extra effectiviteit.

‘De kunst is dat je veel vroeger bijspringt in het ontwikkelingsproces’, zegt Nico Nijenhuis van het Knowledge and Technology Transfer Office van de Universiteit Twente en directeur van het programma TTT-SI. ‘Dat je veelbelovende innovaties veel eerder in de praktijk kunt gaan testen.’

‘Maar juist dat is problematisch in een land als Nederland, dat alles perfect heeft dichtgetimmerd’, zegt Eric de Vries, ceo van 4Silence BV.

Waarom zijn startups eigenlijk zo belangrijk?
Nico: ‘Startups tonen een wil, een doel, een ambitie om echt iets nieuws te maken. Dat zeldzame ondernemerschap moet je koesteren, want juist het MKB is de motor van onze economie. We zijn een kenniseconomie. Die startups ontwikkelen zoveel kennis en innovatie in zo’n korte tijd – daar kunnen grote bedrijven helemaal niet aan tippen.’

Eric: ‘De mensen die startups oprichten, zijn vaak echt heel gedreven. Niet per se om geld te verdienen, maar om de wereld beter, duurzamer en efficiënter te maken. Om goede oplossingen te verzinnen voor de steeds grotere problemen waar we mee te maken hebben. Die gedrevenheid, die zie je vooral bij startups.’

"Iets als MRI was er nooit gekomen zonder het jarenlange fundamentele onderzoek aan deeltjesversnellers, gefinancierd uit publieke middelen. Het is dat diepere begrip van de wereld dat leidt tot echte innovaties. En dat gaat niet bij de grote jongens vandaan komen."
Nico Nijenhuis

Nico: ‘Daar komt bij: veel innovaties zijn gebaseerd op decennia aan fundamenteel onderzoek. Dat vindt niet plaats bij bedrijven, maar bij de kennisinstituten. Iets als MRI was er nooit gekomen zonder het jarenlange fundamentele onderzoek aan deeltjesversnellers, gefinancierd uit publieke middelen. Het is dat diepere begrip van de wereld dat leidt tot echte innovaties. En dat gaat niet bij de grote jongens vandaan komen.’

Welk type innovaties is voor Nederland vooral belangrijk?
Eric: ‘Ik vind dat we niet steeds alles in een hokje moeten stoppen. Over de hele breedte zijn startups belangrijk. Je ziet het ook bij de overheid: dan worden startups alleen ondersteund als ze in een bepaald hokje passen. Wij maken bijvoorbeeld betonnen elementen met daarin structuren die geluid op een bepaalde manier breken. Daarvan zeggen mensen: dat is niet high-tech, want er zit geen stekker aan. Daar ben ik het niet mee eens. En dan nog: er zijn heel briljante oplossingen die niet in dat hokje passen.’

Nico: ‘Het programma waar ik directeur van ben, heet ‘Smart Systems’. Daarbij zie je dat ook een beetje. Maar in het beleid moeten we nu eenmaal keuzes maken. Er zullen altijd innovaties zijn die buiten de boot vallen. Maar je hebt gelijk: dat een innovatierichting niet populair is, wil niet zeggen dat die niet relevant is. Daarom pleit ik ook altijd voor open categorieën bij het toekennen van subsidies. Die zijn er lang niet genoeg.’ 

"Als een innovatie goed genoeg is, dan zal die vanzelf zijn geld opbrengen. Als ondernemer moet je ook zelf je broek kunnen ophouden. Je moet gewoon een goed verhaal, een goed product en een goede markt hebben."
Eric de Vries

Eric: ‘Financiering is absoluut een punt, ja. Maar tegelijkertijd moet je blijven denken als een ondernemer. Als een innovatie goed genoeg is, dan zal die vanzelf zijn geld opbrengen. Als ondernemer moet je ook zelf je broek kunnen ophouden. Je moet gewoon een goed verhaal, een goed product en een goede markt hebben.’

Nico: ‘High-tech gaat vaak over harde wetenschap, iets tastbaars, bijvoorbeeld met sensoren. Dat soort innovaties heeft meer tijd, geld en expertise nodig om naar de markt te komen. Dus ik vind het wel terecht dat daarin onderscheid wordt gemaakt: er bestaan grote verschillen in financieringsbehoefte.’

In welk type innovaties is Nederland sterk?
Nico: ‘Medische technologie, quantum computing, nanotechnologie en fotonica, high-tech robotica…’
Eric: ‘…en natuurlijk geluidswering, hahaha.’
Nico: ‘Ja, hoe simpel Erics werk er ook uitziet, de ideeën en het denkwerk erachter moet je niet onderschatten.’
Eric: ‘Wij vallen een beetje buiten de kaders. Juist dat disruptieve vind ik mooi.’

Met welke bottlenecks hebben startups te maken?
Eric: ‘Onze overheid heeft alles perfect geregeld. Zodra je iets doet wat daar een beetje buiten valt, kun je dat niet zomaar in de praktijk brengen. Neem nu onze geluidswering. Verkeerslawaai valt onder wettelijke kaders. Daar moeten wij ook aan voldoen, maar niemand weet hoe dat werkt voor iets totaal nieuws. Hoe pas je dat in in de huidige regelgeving? Dat is een web waar je bijna niet doorheen komt.’

Nico: ‘Dat zie ik ook in de dronewereld. Eén op één wat Eric zegt. Al die luchtvaartregels… Zelf heb ik weleens gezegd: ik pak de hele boel op en verhuis naar Amerika. Maar het is uiteindelijk gelukt. Bij Eric ook.’

Eric: ‘Door te blijven doorzetten. Te blijven lobbyen, drammen, prikkelen. Mensen irriteren. Zorgen dat je ergens mag laten zien dat het wérkt.’

Welke rol kan 4TU daarin spelen?
Nico: ‘Als 4TU zijn we een groot voorstander van proeftuinen. Dat zijn omgevingen waar je uitvindingen veilig in de praktijk kunt testen, in realistische situaties. Als daar dan iets bewezen is, dan kan het makkelijker doorstromen. Dus daar is veel winst te boeken: in het realiseren van die proeftuinen. Daar werken wij dan ook hard aan.’

"Dat risicomijdende zit niet alleen bij de overheid, maar in het hele Nederlandse DNA. Dat is een kwalijke zaak. We hebben meer flexibiliteit nodig, al is het maar bij het aanwijzen van uitzonderingsposities, of proefperiodes. Ja, daar pleiten wij voor op nationaal niveau."
Nico Nijenhuis

Eric: ‘Kan 4TU ook niet lobbyen richting de politiek? We verzanden nu vaak in discussies en worden van het kastje naar de muur gestuurd. Puur omdat de juiste kennis er bij de overheid niet is. Prima dat ze zorgvuldig zijn, maar ze zijn ook risicomijdend. Ja, je proeft mijn frustratie wel.’

Nico: ‘Dat risicomijdende zit niet alleen bij de overheid, maar in het hele Nederlandse DNA. Dat is een kwalijke zaak. We hebben meer flexibiliteit nodig, al is het maar bij het aanwijzen van uitzonderingsposities, of proefperiodes. Ja, daar pleiten wij voor op nationaal niveau.’

Eric: ‘Als een technologie zich eerder mag bewijzen, kan die ook eerder geld gaan opbrengen en heb je minder subsidie nodig.’

Nico: ‘En als een technologie er langer over doet om zich te bewijzen, is hij ook minder interessant voor investeerders. We maken het onszelf wel moeilijk, als Nederland.’

Maar hoe zet 4TU zich daar dan voor in?
Nico: ‘Allereerst door promovendi ervan op de hoogte te stellen dat iedere TU een valorisatie-office heeft. En welke startup-financiering er bestaat – ook de kleine bedragen. 25.000 euro klinkt misschien niet als veel, maar het is genoeg om uit te zoeken of iets kansrijk is. En dan heb je makkelijker toegang tot grotere fondsen. En als je dat stukje risico wegneemt, dan doen investeerders ook eerder mee. En lobbyen, dat doen wij inderdaad ook. Maar de kritische vraag die ik dan stel, is of de industrie zelf niet sterk genoeg is om die lobby te doen?’

Eric: ‘Wij zijn een eenling, als startup vanuit de Universiteit Twente. Voor ons is dat echt lastig te regelen. Niet alle startups hebben de tijd – of de expertise – om zich te verenigen.’

Nico: ‘Daarin kunnen wij ook wel een rol spelen. Wij bieden onze promovendi een heel scala aan ondersteuning en trainingen op het vlak van ondernemerschap. De Universiteit Twente heeft daarnaast een tweejarig programma voor startups waarin we ze toegang bieden tot boekhouders, accountants, advocaten… Elke TU heeft daarvan zijn eigen variant. En je ziet het terug in het TTT-programma: aandacht voor het vertellen van een fatsoenlijk verhaal, het maken van een businessplan, communicatiestrategie, HR…. We geven mensen de handvatten die ze nodig hebben om het verder zelf te doen.’

Welke rol speelt het 4TU.Impact Plan daarin?
Nico: ‘Wij proberen zo veel mogelijk elementen uit dat rapport in te passen in ons TTT-programma. Bijvoorbeeld toegang tot talent. We zorgen dat we voldoende goede talenten aantrekken, van potentiële ceo’s, cto’s en cfo’s tot gewoon knettergoeie technische mensen en salestalent. We werken bijvoorbeeld aan een pool van ceo-talent, zodat niet iedere startup daar zelf naar op zoek hoeft.’

4TU werkt, naast het programma TTT-SI, ook aan een ander thema binnen TTT: over optimaal (her)gebruik van materialen en grondstoffen. Binnenkort hoopt 4TU daar een derde thema aan toe te voegen: medische technologie. Aan die aanvraag werkt 4TU samen met enkele Universitair Medische Centra (UMC’s). ‘Ik hoop echt dat het normaal wordt om qua valorisatie samen te werken met andere kennisinstellingen’, merkt Nico op. ‘Dat is óók een van de doelen van TTT: dat dat normaler wordt.’

Het klinkt allemaal nog behoorlijk lastig om die samenwerkingen echt tot valorisatie te laten leiden…. Zijn jullie wat dat betreft optimistisch?
Nico: ‘Ondanks alle kritieken zijn wij nog steeds een van de gunstigste landen ter wereld als het gaat om ons startupklimaat. Het zijn ook luxeproblemen. Het is dat onze ambities heel uitgesproken zijn: over hoe het nóg beter kan.’

Eric: ‘Ja, ik klink misschien soms wat negatief, maar er zijn veel mooie dingen. Als je hier iets nieuws bedenkt, dan zijn mensen meteen heel enthousiast. Iedereen wil meedoen en je krijgt veel kansen. Dat is in Duitsland heel anders. Maar het wringt bij ons dus wel in die afronding. De Duitsers zeggen eerder: oké, je hebt het bewezen, dus nu mag je het in de praktijk brengen. Maar wat dat betreft heeft het ons wel geholpen dat wij zijn gestart vanuit een TU, hoor. Dat heeft veel publiciteit gegenereerd en bij de overheid ook wel de eerste skepsis weggenomen.’

Nico: ‘Dat horen we vanuit alle TU’s. Je wordt serieuzer genomen.’

"Zoek een investeerder die bij je past en die naast geld ook toegevoegde waarde levert. Blijf werken vanuit je eigen heilige geloof in jouw innovatie. En blijf doorzetten."
Eric de Vries

Eric, heb je op dit vlak nog tips voor 4TU?
Eric: ‘Blijf lobbyen bij de overheid, om innovaties een kans te geven. En blijf mensen trainen. Ook bijvoorbeeld in het omgaan met investeerders. Je moet niet zomaar al het geld aanpakken dat je aangeboden krijgt. Je moet héél goed naar de voorwaarden kijken. Dus dat is ook mijn tip voor de startups zelf. Zoek een investeerder die bij je past en die naast geld ook toegevoegde waarde levert. Blijf werken vanuit je eigen heilige geloof in jouw innovatie. En blijf doorzetten.’

Nico: ‘Inderdaad. En blijf lol maken.’ Hij denkt even na, en voegt dan toe: ‘En weet heel goed wat je niet weet en wat je niet kan. Roep op tijd hulp in. Maar wat wij ook voor je doen, het wordt nooit een gespreid bedje. Dat is ook een heel leuk aspect van pionieren, maar daar moet je wel tegen kunnen.’

Eric: ‘Maar als het dan lukt, dan is pionieren het gaafste wat er is.’

4TU.Impact
De vier TU’s werken op het vlak van valorisatie samen binnen het programma 4TU.Impact. Ze bundelen hierin hun krachten om kennis en creativiteit in de technologiesector optimaal te benutten om daarmee de kenniseconomie in Nederland verder te versterken. De plannen staan verwoord in het 4TU.Impact Plan. Dat is modulair opgebouwd, zodat andere partijen eenvoudig kunnen aansluiten. De modules zijn: Samenwerking met het bedrijfsleven, Living labs, Business Development & Ondernemerschap en Startupfinanciering. De kracht zit in de samenwerking tussen de kennisinstellingen, samen met het bedrijfsleven, regionale en nationale overheden en partijen als NWO-TTW. Ook het ministerie van EZK is nauw betrokken.

TTT
Thematic Technology Transfer (TTT) is een overheidsstimulering van 24 miljoen euro die onderzoeksconsortia helpt bij kennisdeling, en die kennis-startups voorziet van startkapitaal. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) selecteerden daarvoor de consortia. Een daarvan is een samenwerking tussen 4TU en TNO. Onder de noemer Smart Industries (TTT-SI) kregen zij 8 miljoen euro voor de ontwikkeling van ‘slimme systemen’ in onder meer auto’s, robotica en landbouw. Een tweede TTT-toekenning aan 4TU en TNO, eveneens van 8 miljoen euro, richt zich op Circulaire Technologie.

De catch-22 van tech startups: innovatief, dus riskant

Tekst: Nienke Beintema | Fotografie: Dieuwertje Bravenboer

In startups vinden de échte innovaties plaats, hoor je vaak. Tegelijkertijd worstelen veel startups met hun financiering en weg naar de markt. Hoe kan dat? Wat moet daaraan gebeuren? En wat maakt startups eigenlijk zo belangrijk? Een gesprek met twee innovatieve tech-ondernemers, van wie er een ook actief is binnen 4TU.Impact.

Het is de tragiek van innovaties: ze zijn per definitie vernieuwend. Als ze nog volop in ontwikkeling zijn, hebben ze zich nog niet grootschalig bewezen. Juist in dat stadium is er geld en ondersteuning nodig om ze te testen, door te ontwikkelen en naar de markt te brengen. Maar wie durft er te investeren in ideeën die zich nog niet hebben bewezen?

Van oudsher zit die catch-22 veel tech-ontwikkelingen in de weg. De laatste jaren komt daar langzaam verandering in. Overheid en bedrijfsleven slaan de handen ineen om innovatie te ondersteunen met stimuleringsprogramma’s, zoals TTT (zie kader). En ook de vier TU’s hebben technology transfer steeds meer op hun radar staan, met programma’s als 4TU.Impact (zie kader) en aparte offices die helpen veelbelovende uitvindingen te identificeren, te ondersteunen en naar de markt te brengen.

Maar werkt dat al? Is het genoeg? Waar lopen startups nog altijd tegenaan? Aan tafel met twee ervaringsdeskundigen, die allebei een tech-startup begonnen. Een van hen bestuurt nu ook een 4TU-programma dat innovaties naar de markt moet helpen. 

Wie?
Nico Nijenhuis (1986) is programmadirecteur van Thematic Technology Transfer – Smart Industries (TTT-SI). Hierin werken de vier TU’s en TNO samen om innovatieve tech-ontwikkelingen in een vroeger stadium te ondersteunen en op de markt te brengen (zie kader). Daarnaast is hij actief als business developer in het Knowledge & Technology Transfer Office (KTO) van de Universiteit Twente. Nico is mede-oprichter van Space53, een publiek-privaat consortium van nationale en internationale partijen die zich met drones bezighouden. In 2012 startte hij Clear Flight Solutions, nu bekend als RoBird Company, een bedrijf dat afstandbestuurbare robotische vogels ontwikkelt.

Eric de Vries (1969) is ceo en partner van 4Silence BV, een bedrijf dat innovatieve geluidsreducerende oplossingen ontwikkelt voor bijvoorbeeld wegen, snelwegen en spoorbanen. Deze producten vormen een baan of barrière naast het spoor of asfalt en buigen het lawaai naar boven af, door middel van zogeheten diffractoren. Ze zijn goedkoper, duurzamer, handzamer en minder beeldbepalend dan conventionele geluidsbarrières, maar je kunt ze ook daarmee combineren voor extra effectiviteit.

‘De kunst is dat je veel vroeger bijspringt in het ontwikkelingsproces’, zegt Nico Nijenhuis van het Knowledge and Technology Transfer Office van de Universiteit Twente en directeur van het programma TTT-SI. ‘Dat je veelbelovende innovaties veel eerder in de praktijk kunt gaan testen.’

‘Maar juist dat is problematisch in een land als Nederland, dat alles perfect heeft dichtgetimmerd’, zegt Eric de Vries, ceo van 4Silence BV.

Waarom zijn startups eigenlijk zo belangrijk?
Nico: ‘Startups tonen een wil, een doel, een ambitie om echt iets nieuws te maken. Dat zeldzame ondernemerschap moet je koesteren, want juist het MKB is de motor van onze economie. We zijn een kenniseconomie. Die startups ontwikkelen zoveel kennis en innovatie in zo’n korte tijd – daar kunnen grote bedrijven helemaal niet aan tippen.’

Eric: ‘De mensen die startups oprichten, zijn vaak echt heel gedreven. Niet per se om geld te verdienen, maar om de wereld beter, duurzamer en efficiënter te maken. Om goede oplossingen te verzinnen voor de steeds grotere problemen waar we mee te maken hebben. Die gedrevenheid, die zie je vooral bij startups.’

"Iets als MRI was er nooit gekomen zonder het jarenlange fundamentele onderzoek aan deeltjesversnellers, gefinancierd uit publieke middelen. Het is dat diepere begrip van de wereld dat leidt tot echte innovaties. En dat gaat niet bij de grote jongens vandaan komen."
Nico Nijenhuis

Nico: ‘Daar komt bij: veel innovaties zijn gebaseerd op decennia aan fundamenteel onderzoek. Dat vindt niet plaats bij bedrijven, maar bij de kennisinstituten. Iets als MRI was er nooit gekomen zonder het jarenlange fundamentele onderzoek aan deeltjesversnellers, gefinancierd uit publieke middelen. Het is dat diepere begrip van de wereld dat leidt tot echte innovaties. En dat gaat niet bij de grote jongens vandaan komen.’

Welk type innovaties is voor Nederland vooral belangrijk?
Eric: ‘Ik vind dat we niet steeds alles in een hokje moeten stoppen. Over de hele breedte zijn startups belangrijk. Je ziet het ook bij de overheid: dan worden startups alleen ondersteund als ze in een bepaald hokje passen. Wij maken bijvoorbeeld betonnen elementen met daarin structuren die geluid op een bepaalde manier breken. Daarvan zeggen mensen: dat is niet high-tech, want er zit geen stekker aan. Daar ben ik het niet mee eens. En dan nog: er zijn heel briljante oplossingen die niet in dat hokje passen.’

Nico: ‘Het programma waar ik directeur van ben, heet ‘Smart Systems’. Daarbij zie je dat ook een beetje. Maar in het beleid moeten we nu eenmaal keuzes maken. Er zullen altijd innovaties zijn die buiten de boot vallen. Maar je hebt gelijk: dat een innovatierichting niet populair is, wil niet zeggen dat die niet relevant is. Daarom pleit ik ook altijd voor open categorieën bij het toekennen van subsidies. Die zijn er lang niet genoeg.’ 

"Als een innovatie goed genoeg is, dan zal die vanzelf zijn geld opbrengen. Als ondernemer moet je ook zelf je broek kunnen ophouden. Je moet gewoon een goed verhaal, een goed product en een goede markt hebben."
Eric de Vries

Eric: ‘Financiering is absoluut een punt, ja. Maar tegelijkertijd moet je blijven denken als een ondernemer. Als een innovatie goed genoeg is, dan zal die vanzelf zijn geld opbrengen. Als ondernemer moet je ook zelf je broek kunnen ophouden. Je moet gewoon een goed verhaal, een goed product en een goede markt hebben.’

Nico: ‘High-tech gaat vaak over harde wetenschap, iets tastbaars, bijvoorbeeld met sensoren. Dat soort innovaties heeft meer tijd, geld en expertise nodig om naar de markt te komen. Dus ik vind het wel terecht dat daarin onderscheid wordt gemaakt: er bestaan grote verschillen in financieringsbehoefte.’

In welk type innovaties is Nederland sterk?
Nico: ‘Medische technologie, quantum computing, nanotechnologie en fotonica, high-tech robotica…’
Eric: ‘…en natuurlijk geluidswering, hahaha.’
Nico: ‘Ja, hoe simpel Erics werk er ook uitziet, de ideeën en het denkwerk erachter moet je niet onderschatten.’
Eric: ‘Wij vallen een beetje buiten de kaders. Juist dat disruptieve vind ik mooi.’

Met welke bottlenecks hebben startups te maken?
Eric: ‘Onze overheid heeft alles perfect geregeld. Zodra je iets doet wat daar een beetje buiten valt, kun je dat niet zomaar in de praktijk brengen. Neem nu onze geluidswering. Verkeerslawaai valt onder wettelijke kaders. Daar moeten wij ook aan voldoen, maar niemand weet hoe dat werkt voor iets totaal nieuws. Hoe pas je dat in in de huidige regelgeving? Dat is een web waar je bijna niet doorheen komt.’

Nico: ‘Dat zie ik ook in de dronewereld. Eén op één wat Eric zegt. Al die luchtvaartregels… Zelf heb ik weleens gezegd: ik pak de hele boel op en verhuis naar Amerika. Maar het is uiteindelijk gelukt. Bij Eric ook.’

Eric: ‘Door te blijven doorzetten. Te blijven lobbyen, drammen, prikkelen. Mensen irriteren. Zorgen dat je ergens mag laten zien dat het wérkt.’

Welke rol kan 4TU daarin spelen?
Nico: ‘Als 4TU zijn we een groot voorstander van proeftuinen. Dat zijn omgevingen waar je uitvindingen veilig in de praktijk kunt testen, in realistische situaties. Als daar dan iets bewezen is, dan kan het makkelijker doorstromen. Dus daar is veel winst te boeken: in het realiseren van die proeftuinen. Daar werken wij dan ook hard aan.’

"Dat risicomijdende zit niet alleen bij de overheid, maar in het hele Nederlandse DNA. Dat is een kwalijke zaak. We hebben meer flexibiliteit nodig, al is het maar bij het aanwijzen van uitzonderingsposities, of proefperiodes. Ja, daar pleiten wij voor op nationaal niveau."
Nico Nijenhuis

Eric: ‘Kan 4TU ook niet lobbyen richting de politiek? We verzanden nu vaak in discussies en worden van het kastje naar de muur gestuurd. Puur omdat de juiste kennis er bij de overheid niet is. Prima dat ze zorgvuldig zijn, maar ze zijn ook risicomijdend. Ja, je proeft mijn frustratie wel.’

Nico: ‘Dat risicomijdende zit niet alleen bij de overheid, maar in het hele Nederlandse DNA. Dat is een kwalijke zaak. We hebben meer flexibiliteit nodig, al is het maar bij het aanwijzen van uitzonderingsposities, of proefperiodes. Ja, daar pleiten wij voor op nationaal niveau.’

Eric: ‘Als een technologie zich eerder mag bewijzen, kan die ook eerder geld gaan opbrengen en heb je minder subsidie nodig.’

Nico: ‘En als een technologie er langer over doet om zich te bewijzen, is hij ook minder interessant voor investeerders. We maken het onszelf wel moeilijk, als Nederland.’

Maar hoe zet 4TU zich daar dan voor in?
Nico: ‘Allereerst door promovendi ervan op de hoogte te stellen dat iedere TU een valorisatie-office heeft. En welke startup-financiering er bestaat – ook de kleine bedragen. 25.000 euro klinkt misschien niet als veel, maar het is genoeg om uit te zoeken of iets kansrijk is. En dan heb je makkelijker toegang tot grotere fondsen. En als je dat stukje risico wegneemt, dan doen investeerders ook eerder mee. En lobbyen, dat doen wij inderdaad ook. Maar de kritische vraag die ik dan stel, is of de industrie zelf niet sterk genoeg is om die lobby te doen?’

Eric: ‘Wij zijn een eenling, als startup vanuit de Universiteit Twente. Voor ons is dat echt lastig te regelen. Niet alle startups hebben de tijd – of de expertise – om zich te verenigen.’

Nico: ‘Daarin kunnen wij ook wel een rol spelen. Wij bieden onze promovendi een heel scala aan ondersteuning en trainingen op het vlak van ondernemerschap. De Universiteit Twente heeft daarnaast een tweejarig programma voor startups waarin we ze toegang bieden tot boekhouders, accountants, advocaten… Elke TU heeft daarvan zijn eigen variant. En je ziet het terug in het TTT-programma: aandacht voor het vertellen van een fatsoenlijk verhaal, het maken van een businessplan, communicatiestrategie, HR…. We geven mensen de handvatten die ze nodig hebben om het verder zelf te doen.’

Welke rol speelt het 4TU.Impact Plan daarin?
Nico: ‘Wij proberen zo veel mogelijk elementen uit dat rapport in te passen in ons TTT-programma. Bijvoorbeeld toegang tot talent. We zorgen dat we voldoende goede talenten aantrekken, van potentiële ceo’s, cto’s en cfo’s tot gewoon knettergoeie technische mensen en salestalent. We werken bijvoorbeeld aan een pool van ceo-talent, zodat niet iedere startup daar zelf naar op zoek hoeft.’

4TU werkt, naast het programma TTT-SI, ook aan een ander thema binnen TTT: over optimaal (her)gebruik van materialen en grondstoffen. Binnenkort hoopt 4TU daar een derde thema aan toe te voegen: medische technologie. Aan die aanvraag werkt 4TU samen met enkele Universitair Medische Centra (UMC’s). ‘Ik hoop echt dat het normaal wordt om qua valorisatie samen te werken met andere kennisinstellingen’, merkt Nico op. ‘Dat is óók een van de doelen van TTT: dat dat normaler wordt.’

Het klinkt allemaal nog behoorlijk lastig om die samenwerkingen echt tot valorisatie te laten leiden…. Zijn jullie wat dat betreft optimistisch?
Nico: ‘Ondanks alle kritieken zijn wij nog steeds een van de gunstigste landen ter wereld als het gaat om ons startupklimaat. Het zijn ook luxeproblemen. Het is dat onze ambities heel uitgesproken zijn: over hoe het nóg beter kan.’

Eric: ‘Ja, ik klink misschien soms wat negatief, maar er zijn veel mooie dingen. Als je hier iets nieuws bedenkt, dan zijn mensen meteen heel enthousiast. Iedereen wil meedoen en je krijgt veel kansen. Dat is in Duitsland heel anders. Maar het wringt bij ons dus wel in die afronding. De Duitsers zeggen eerder: oké, je hebt het bewezen, dus nu mag je het in de praktijk brengen. Maar wat dat betreft heeft het ons wel geholpen dat wij zijn gestart vanuit een TU, hoor. Dat heeft veel publiciteit gegenereerd en bij de overheid ook wel de eerste skepsis weggenomen.’

Nico: ‘Dat horen we vanuit alle TU’s. Je wordt serieuzer genomen.’

"Zoek een investeerder die bij je past en die naast geld ook toegevoegde waarde levert. Blijf werken vanuit je eigen heilige geloof in jouw innovatie. En blijf doorzetten."
Eric de Vries

Eric, heb je op dit vlak nog tips voor 4TU?
Eric: ‘Blijf lobbyen bij de overheid, om innovaties een kans te geven. En blijf mensen trainen. Ook bijvoorbeeld in het omgaan met investeerders. Je moet niet zomaar al het geld aanpakken dat je aangeboden krijgt. Je moet héél goed naar de voorwaarden kijken. Dus dat is ook mijn tip voor de startups zelf. Zoek een investeerder die bij je past en die naast geld ook toegevoegde waarde levert. Blijf werken vanuit je eigen heilige geloof in jouw innovatie. En blijf doorzetten.’

Nico: ‘Inderdaad. En blijf lol maken.’ Hij denkt even na, en voegt dan toe: ‘En weet heel goed wat je niet weet en wat je niet kan. Roep op tijd hulp in. Maar wat wij ook voor je doen, het wordt nooit een gespreid bedje. Dat is ook een heel leuk aspect van pionieren, maar daar moet je wel tegen kunnen.’

Eric: ‘Maar als het dan lukt, dan is pionieren het gaafste wat er is.’

4TU.Impact
De vier TU’s werken op het vlak van valorisatie samen binnen het programma 4TU.Impact. Ze bundelen hierin hun krachten om kennis en creativiteit in de technologiesector optimaal te benutten om daarmee de kenniseconomie in Nederland verder te versterken. De plannen staan verwoord in het 4TU.Impact Plan. Dat is modulair opgebouwd, zodat andere partijen eenvoudig kunnen aansluiten. De modules zijn: Samenwerking met het bedrijfsleven, Living labs, Business Development & Ondernemerschap en Startupfinanciering. De kracht zit in de samenwerking tussen de kennisinstellingen, samen met het bedrijfsleven, regionale en nationale overheden en partijen als NWO-TTW. Ook het ministerie van EZK is nauw betrokken.

TTT
Thematic Technology Transfer (TTT) is een overheidsstimulering van 24 miljoen euro die onderzoeksconsortia helpt bij kennisdeling, en die kennis-startups voorziet van startkapitaal. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) selecteerden daarvoor de consortia. Een daarvan is een samenwerking tussen 4TU en TNO. Onder de noemer Smart Industries (TTT-SI) kregen zij 8 miljoen euro voor de ontwikkeling van ‘slimme systemen’ in onder meer auto’s, robotica en landbouw. Een tweede TTT-toekenning aan 4TU en TNO, eveneens van 8 miljoen euro, richt zich op Circulaire Technologie.

Tekst: Nienke Beintema | Fotografie: Dieuwertje Bravenboer

In startups vinden de échte innovaties plaats, hoor je vaak. Tegelijkertijd worstelen veel startups met hun financiering en weg naar de markt. Hoe kan dat? Wat moet daaraan gebeuren? En wat maakt startups eigenlijk zo belangrijk? Een gesprek met twee innovatieve tech-ondernemers, van wie er een ook actief is binnen 4TU.Impact.

Het is de tragiek van innovaties: ze zijn per definitie vernieuwend. Als ze nog volop in ontwikkeling zijn, hebben ze zich nog niet grootschalig bewezen. Juist in dat stadium is er geld en ondersteuning nodig om ze te testen, door te ontwikkelen en naar de markt te brengen. Maar wie durft er te investeren in ideeën die zich nog niet hebben bewezen?

Van oudsher zit die catch-22 veel tech-ontwikkelingen in de weg. De laatste jaren komt daar langzaam verandering in. Overheid en bedrijfsleven slaan de handen ineen om innovatie te ondersteunen met stimuleringsprogramma’s, zoals TTT (zie kader). En ook de vier TU’s hebben technology transfer steeds meer op hun radar staan, met programma’s als 4TU.Impact (zie kader) en aparte offices die helpen veelbelovende uitvindingen te identificeren, te ondersteunen en naar de markt te brengen.

Maar werkt dat al? Is het genoeg? Waar lopen startups nog altijd tegenaan? Aan tafel met twee ervaringsdeskundigen, die allebei een tech-startup begonnen. Een van hen bestuurt nu ook een 4TU-programma dat innovaties naar de markt moet helpen. 

Wie?
Nico Nijenhuis (1986) is programmadirecteur van Thematic Technology Transfer – Smart Industries (TTT-SI). Hierin werken de vier TU’s en TNO samen om innovatieve tech-ontwikkelingen in een vroeger stadium te ondersteunen en op de markt te brengen (zie kader). Daarnaast is hij actief als business developer in het Knowledge & Technology Transfer Office (KTO) van de Universiteit Twente. Nico is mede-oprichter van Space53, een publiek-privaat consortium van nationale en internationale partijen die zich met drones bezighouden. In 2012 startte hij Clear Flight Solutions, nu bekend als RoBird Company, een bedrijf dat afstandbestuurbare robotische vogels ontwikkelt.

Eric de Vries (1969) is ceo en partner van 4Silence BV, een bedrijf dat innovatieve geluidsreducerende oplossingen ontwikkelt voor bijvoorbeeld wegen, snelwegen en spoorbanen. Deze producten vormen een baan of barrière naast het spoor of asfalt en buigen het lawaai naar boven af, door middel van zogeheten diffractoren. Ze zijn goedkoper, duurzamer, handzamer en minder beeldbepalend dan conventionele geluidsbarrières, maar je kunt ze ook daarmee combineren voor extra effectiviteit.

‘De kunst is dat je veel vroeger bijspringt in het ontwikkelingsproces’, zegt Nico Nijenhuis van het Knowledge and Technology Transfer Office van de Universiteit Twente en directeur van het programma TTT-SI. ‘Dat je veelbelovende innovaties veel eerder in de praktijk kunt gaan testen.’

‘Maar juist dat is problematisch in een land als Nederland, dat alles perfect heeft dichtgetimmerd’, zegt Eric de Vries, ceo van 4Silence BV.

Waarom zijn startups eigenlijk zo belangrijk?
Nico: ‘Startups tonen een wil, een doel, een ambitie om echt iets nieuws te maken. Dat zeldzame ondernemerschap moet je koesteren, want juist het MKB is de motor van onze economie. We zijn een kenniseconomie. Die startups ontwikkelen zoveel kennis en innovatie in zo’n korte tijd – daar kunnen grote bedrijven helemaal niet aan tippen.’

Eric: ‘De mensen die startups oprichten, zijn vaak echt heel gedreven. Niet per se om geld te verdienen, maar om de wereld beter, duurzamer en efficiënter te maken. Om goede oplossingen te verzinnen voor de steeds grotere problemen waar we mee te maken hebben. Die gedrevenheid, die zie je vooral bij startups.’

"Iets als MRI was er nooit gekomen zonder het jarenlange fundamentele onderzoek aan deeltjesversnellers, gefinancierd uit publieke middelen. Het is dat diepere begrip van de wereld dat leidt tot echte innovaties. En dat gaat niet bij de grote jongens vandaan komen."
Nico Nijenhuis

Nico: ‘Daar komt bij: veel innovaties zijn gebaseerd op decennia aan fundamenteel onderzoek. Dat vindt niet plaats bij bedrijven, maar bij de kennisinstituten. Iets als MRI was er nooit gekomen zonder het jarenlange fundamentele onderzoek aan deeltjesversnellers, gefinancierd uit publieke middelen. Het is dat diepere begrip van de wereld dat leidt tot echte innovaties. En dat gaat niet bij de grote jongens vandaan komen.’

Welk type innovaties is voor Nederland vooral belangrijk?
Eric: ‘Ik vind dat we niet steeds alles in een hokje moeten stoppen. Over de hele breedte zijn startups belangrijk. Je ziet het ook bij de overheid: dan worden startups alleen ondersteund als ze in een bepaald hokje passen. Wij maken bijvoorbeeld betonnen elementen met daarin structuren die geluid op een bepaalde manier breken. Daarvan zeggen mensen: dat is niet high-tech, want er zit geen stekker aan. Daar ben ik het niet mee eens. En dan nog: er zijn heel briljante oplossingen die niet in dat hokje passen.’

Nico: ‘Het programma waar ik directeur van ben, heet ‘Smart Systems’. Daarbij zie je dat ook een beetje. Maar in het beleid moeten we nu eenmaal keuzes maken. Er zullen altijd innovaties zijn die buiten de boot vallen. Maar je hebt gelijk: dat een innovatierichting niet populair is, wil niet zeggen dat die niet relevant is. Daarom pleit ik ook altijd voor open categorieën bij het toekennen van subsidies. Die zijn er lang niet genoeg.’ 

"Als een innovatie goed genoeg is, dan zal die vanzelf zijn geld opbrengen. Als ondernemer moet je ook zelf je broek kunnen ophouden. Je moet gewoon een goed verhaal, een goed product en een goede markt hebben."
Eric de Vries

Eric: ‘Financiering is absoluut een punt, ja. Maar tegelijkertijd moet je blijven denken als een ondernemer. Als een innovatie goed genoeg is, dan zal die vanzelf zijn geld opbrengen. Als ondernemer moet je ook zelf je broek kunnen ophouden. Je moet gewoon een goed verhaal, een goed product en een goede markt hebben.’

Nico: ‘High-tech gaat vaak over harde wetenschap, iets tastbaars, bijvoorbeeld met sensoren. Dat soort innovaties heeft meer tijd, geld en expertise nodig om naar de markt te komen. Dus ik vind het wel terecht dat daarin onderscheid wordt gemaakt: er bestaan grote verschillen in financieringsbehoefte.’

In welk type innovaties is Nederland sterk?
Nico: ‘Medische technologie, quantum computing, nanotechnologie en fotonica, high-tech robotica…’
Eric: ‘…en natuurlijk geluidswering, hahaha.’
Nico: ‘Ja, hoe simpel Erics werk er ook uitziet, de ideeën en het denkwerk erachter moet je niet onderschatten.’
Eric: ‘Wij vallen een beetje buiten de kaders. Juist dat disruptieve vind ik mooi.’

Met welke bottlenecks hebben startups te maken?
Eric: ‘Onze overheid heeft alles perfect geregeld. Zodra je iets doet wat daar een beetje buiten valt, kun je dat niet zomaar in de praktijk brengen. Neem nu onze geluidswering. Verkeerslawaai valt onder wettelijke kaders. Daar moeten wij ook aan voldoen, maar niemand weet hoe dat werkt voor iets totaal nieuws. Hoe pas je dat in in de huidige regelgeving? Dat is een web waar je bijna niet doorheen komt.’

Nico: ‘Dat zie ik ook in de dronewereld. Eén op één wat Eric zegt. Al die luchtvaartregels… Zelf heb ik weleens gezegd: ik pak de hele boel op en verhuis naar Amerika. Maar het is uiteindelijk gelukt. Bij Eric ook.’

Eric: ‘Door te blijven doorzetten. Te blijven lobbyen, drammen, prikkelen. Mensen irriteren. Zorgen dat je ergens mag laten zien dat het wérkt.’

Welke rol kan 4TU daarin spelen?
Nico: ‘Als 4TU zijn we een groot voorstander van proeftuinen. Dat zijn omgevingen waar je uitvindingen veilig in de praktijk kunt testen, in realistische situaties. Als daar dan iets bewezen is, dan kan het makkelijker doorstromen. Dus daar is veel winst te boeken: in het realiseren van die proeftuinen. Daar werken wij dan ook hard aan.’

"Dat risicomijdende zit niet alleen bij de overheid, maar in het hele Nederlandse DNA. Dat is een kwalijke zaak. We hebben meer flexibiliteit nodig, al is het maar bij het aanwijzen van uitzonderingsposities, of proefperiodes. Ja, daar pleiten wij voor op nationaal niveau."
Nico Nijenhuis

Eric: ‘Kan 4TU ook niet lobbyen richting de politiek? We verzanden nu vaak in discussies en worden van het kastje naar de muur gestuurd. Puur omdat de juiste kennis er bij de overheid niet is. Prima dat ze zorgvuldig zijn, maar ze zijn ook risicomijdend. Ja, je proeft mijn frustratie wel.’

Nico: ‘Dat risicomijdende zit niet alleen bij de overheid, maar in het hele Nederlandse DNA. Dat is een kwalijke zaak. We hebben meer flexibiliteit nodig, al is het maar bij het aanwijzen van uitzonderingsposities, of proefperiodes. Ja, daar pleiten wij voor op nationaal niveau.’

Eric: ‘Als een technologie zich eerder mag bewijzen, kan die ook eerder geld gaan opbrengen en heb je minder subsidie nodig.’

Nico: ‘En als een technologie er langer over doet om zich te bewijzen, is hij ook minder interessant voor investeerders. We maken het onszelf wel moeilijk, als Nederland.’

Maar hoe zet 4TU zich daar dan voor in?
Nico: ‘Allereerst door promovendi ervan op de hoogte te stellen dat iedere TU een valorisatie-office heeft. En welke startup-financiering er bestaat – ook de kleine bedragen. 25.000 euro klinkt misschien niet als veel, maar het is genoeg om uit te zoeken of iets kansrijk is. En dan heb je makkelijker toegang tot grotere fondsen. En als je dat stukje risico wegneemt, dan doen investeerders ook eerder mee. En lobbyen, dat doen wij inderdaad ook. Maar de kritische vraag die ik dan stel, is of de industrie zelf niet sterk genoeg is om die lobby te doen?’

Eric: ‘Wij zijn een eenling, als startup vanuit de Universiteit Twente. Voor ons is dat echt lastig te regelen. Niet alle startups hebben de tijd – of de expertise – om zich te verenigen.’

Nico: ‘Daarin kunnen wij ook wel een rol spelen. Wij bieden onze promovendi een heel scala aan ondersteuning en trainingen op het vlak van ondernemerschap. De Universiteit Twente heeft daarnaast een tweejarig programma voor startups waarin we ze toegang bieden tot boekhouders, accountants, advocaten… Elke TU heeft daarvan zijn eigen variant. En je ziet het terug in het TTT-programma: aandacht voor het vertellen van een fatsoenlijk verhaal, het maken van een businessplan, communicatiestrategie, HR…. We geven mensen de handvatten die ze nodig hebben om het verder zelf te doen.’

Welke rol speelt het 4TU.Impact Plan daarin?
Nico: ‘Wij proberen zo veel mogelijk elementen uit dat rapport in te passen in ons TTT-programma. Bijvoorbeeld toegang tot talent. We zorgen dat we voldoende goede talenten aantrekken, van potentiële ceo’s, cto’s en cfo’s tot gewoon knettergoeie technische mensen en salestalent. We werken bijvoorbeeld aan een pool van ceo-talent, zodat niet iedere startup daar zelf naar op zoek hoeft.’

4TU werkt, naast het programma TTT-SI, ook aan een ander thema binnen TTT: over optimaal (her)gebruik van materialen en grondstoffen. Binnenkort hoopt 4TU daar een derde thema aan toe te voegen: medische technologie. Aan die aanvraag werkt 4TU samen met enkele Universitair Medische Centra (UMC’s). ‘Ik hoop echt dat het normaal wordt om qua valorisatie samen te werken met andere kennisinstellingen’, merkt Nico op. ‘Dat is óók een van de doelen van TTT: dat dat normaler wordt.’

Het klinkt allemaal nog behoorlijk lastig om die samenwerkingen echt tot valorisatie te laten leiden…. Zijn jullie wat dat betreft optimistisch?
Nico: ‘Ondanks alle kritieken zijn wij nog steeds een van de gunstigste landen ter wereld als het gaat om ons startupklimaat. Het zijn ook luxeproblemen. Het is dat onze ambities heel uitgesproken zijn: over hoe het nóg beter kan.’

Eric: ‘Ja, ik klink misschien soms wat negatief, maar er zijn veel mooie dingen. Als je hier iets nieuws bedenkt, dan zijn mensen meteen heel enthousiast. Iedereen wil meedoen en je krijgt veel kansen. Dat is in Duitsland heel anders. Maar het wringt bij ons dus wel in die afronding. De Duitsers zeggen eerder: oké, je hebt het bewezen, dus nu mag je het in de praktijk brengen. Maar wat dat betreft heeft het ons wel geholpen dat wij zijn gestart vanuit een TU, hoor. Dat heeft veel publiciteit gegenereerd en bij de overheid ook wel de eerste skepsis weggenomen.’

Nico: ‘Dat horen we vanuit alle TU’s. Je wordt serieuzer genomen.’

"Zoek een investeerder die bij je past en die naast geld ook toegevoegde waarde levert. Blijf werken vanuit je eigen heilige geloof in jouw innovatie. En blijf doorzetten."
Eric de Vries

Eric, heb je op dit vlak nog tips voor 4TU?
Eric: ‘Blijf lobbyen bij de overheid, om innovaties een kans te geven. En blijf mensen trainen. Ook bijvoorbeeld in het omgaan met investeerders. Je moet niet zomaar al het geld aanpakken dat je aangeboden krijgt. Je moet héél goed naar de voorwaarden kijken. Dus dat is ook mijn tip voor de startups zelf. Zoek een investeerder die bij je past en die naast geld ook toegevoegde waarde levert. Blijf werken vanuit je eigen heilige geloof in jouw innovatie. En blijf doorzetten.’

Nico: ‘Inderdaad. En blijf lol maken.’ Hij denkt even na, en voegt dan toe: ‘En weet heel goed wat je niet weet en wat je niet kan. Roep op tijd hulp in. Maar wat wij ook voor je doen, het wordt nooit een gespreid bedje. Dat is ook een heel leuk aspect van pionieren, maar daar moet je wel tegen kunnen.’

Eric: ‘Maar als het dan lukt, dan is pionieren het gaafste wat er is.’

4TU.Impact
De vier TU’s werken op het vlak van valorisatie samen binnen het programma 4TU.Impact. Ze bundelen hierin hun krachten om kennis en creativiteit in de technologiesector optimaal te benutten om daarmee de kenniseconomie in Nederland verder te versterken. De plannen staan verwoord in het 4TU.Impact Plan. Dat is modulair opgebouwd, zodat andere partijen eenvoudig kunnen aansluiten. De modules zijn: Samenwerking met het bedrijfsleven, Living labs, Business Development & Ondernemerschap en Startupfinanciering. De kracht zit in de samenwerking tussen de kennisinstellingen, samen met het bedrijfsleven, regionale en nationale overheden en partijen als NWO-TTW. Ook het ministerie van EZK is nauw betrokken.

TTT
Thematic Technology Transfer (TTT) is een overheidsstimulering van 24 miljoen euro die onderzoeksconsortia helpt bij kennisdeling, en die kennis-startups voorziet van startkapitaal. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) selecteerden daarvoor de consortia. Een daarvan is een samenwerking tussen 4TU en TNO. Onder de noemer Smart Industries (TTT-SI) kregen zij 8 miljoen euro voor de ontwikkeling van ‘slimme systemen’ in onder meer auto’s, robotica en landbouw. Een tweede TTT-toekenning aan 4TU en TNO, eveneens van 8 miljoen euro, richt zich op Circulaire Technologie.