Part of the
4TU.
Built Environment
TU DelftTU EindhovenUniversity of TwenteWageningen University
4TU.
Built Environment
Close

4TU.Federation

+31(0)6 48 27 55 61

projectleider@4tu.nl

Website: 4TU.nl

Zet klimaatoverlast om in kansen

Thursday, 20 October 2022

Om over na te denken: klimaatproblemen beëindigen we alleen met integrale oplossingen. “Het klinkt abstract maar tegelijk ook heel logisch.”  

Sanda Lenzholzer

Zodra een periode van warm weer of een hittegolf zich aandient, hangen journalisten aan de telefoon bij Sanda Lenzholzer, hoogleraar landschapsarchitectuur aan de Wageningen University & Research en managementteamlid van 4TU.Built Environment. “Ik kan er de klok op gelijk zetten”, stelt ze glimlachend. Klimaatverandering is geen ver-van-ons-bedshow meer, de gevolgen worden steeds zichtbaarder. Overstromingen en hittegolven zetten ons aan het denken. En dan wordt het druk aan de telefoon bij Lenzholzer, zo ook afgelopen zomer.

Binnen de landschapsarchitectuur heeft zij zich in klimaatadaptatie gespecialiseerd; onze omgeving aanpassen aan het veranderende klimaat. “Het klimaat verandert en dat komt door menselijk toedoen”, zegt ze. “Deze zomer was ik wandelen in de hoge Alpen. De staat van de gletsjers is echt schrikbarend, daar werd ik treurig van. Klimaatverandering heeft zo’n grote impact, kijk ook eens naar de droogte waar we mee te maken hebben gehad.” Een dergelijke crisis is confronterend. Het zorgt voor bewustwording. Daar is Lenzholzer van overtuigd.

Natuur én cultuur

Iedereen – van wetenschappers tot bedrijven – heeft het de hele tijd over verandering. Alleen praten lost het probleem niet op. Er zijn overal op zichzelf staande oplossingen die niet zijn ingepast in een groter geheel. Of de ontwikkelingen gaan in ieder geval veel te traag. “Mijn visie en het concept dat ik daarop heb ontwikkeld heet Deeply Integrated Design. Voor mij is landschap veel meer dan het boompje en de vijver verderop. Het gaat over natuur én cultuur, het gaat over het platteland én over steden. Hierin is alles meegenomen, wat er gebeurt op en onder het land, in het water en in de lucht. Het gaat om de interactie van deze verschillende systemen en de koppelingen die je kunt maken.”

Klimaatadaptatie is dan ook een van de hoofdthema’s binnen 4TU.Built Environment, een samenwerkingsverband tussen de bouw gerelateerde faculteiten van de vier technische universiteiten in Nederland. “Je kunt 4TU.Built Environment zien als één groot netwerk. We delen onze visies en proberen verbindingen te leggen tussen specialisten van verschillende universiteiten. Als het gaat om de gebouwde omgeving komen verschillende vakgebieden samen, zoals infrastructuur, architectuur en landschap. Door verbindingen te leggen tussen verschillende faculteiten en universiteiten komen we tot nieuwe inzichten”, vertelt ze over haar rol binnen 4TU.Built Environment.

Een stad over 100 jaar

Lenzholzer wil in haar ontwerpen de verschillende systemen in de gebouwde omgeving met elkaar combineren. “Dan krijgen we het beste resultaat want het heeft allemaal met elkaar te maken.” Om een voorbeeld te noemen: ze heeft met collega’s een ontwerpscenario gemaakt voor de stad in 2120. “We hebben Arnhem als voorbeeld genomen. In deze stad komen twee landschappen samen, heuvelgebied zoals de Veluwe en laaggelegen rivierengebied” zegt ze. Lenzholzer en haar team ontwikkelden daar onder andere systemen rondom het thema water. “We hebben gekeken naar de elementen die in het landschap voor handen zijn. Hierin hebben we het hoge en het lage gedeelte met elkaar verbonden”, legt ze uit.

In de loop van de beken die in de stad heuvelafwaarts naar de Nederrijn stromen, kunnen nieuwe vijvers voor waterberging komen die water vasthouden tegen de droogte. Kleine watervallen onderaan de vijvers zorgen voor verkoeling van de lucht tijdens hittegolven. Een tweede plan is om overtollig water uit de rivier door middel van windturbines omhoog te pompen naar de plateaus van de Veluwe en daar op te slaan in waterreservoirs. Dit gebeurt in de windrijke, koele maanden als het water in de rivieren meestal hoog staat. In warme, droge tijden helpt het grondwaterpeil hoger te houden.

Daarnaast kan het opgeslagen water als er geen andere energie beschikbaar is heuvelafwaarts stromen naar waterkrachtcentrales en daar hernieuwbare energie opwekken. Lenzholzer: “Zo zie je dat verschillende processen uit lucht, land, bodem en water bij elkaar komen. Dat integrale systeemdenken brengt ook de collega’s van verschillende vakgebieden en andere belanghebbenden bij elkaar. Dit kan helpen om tot echt vernieuwende concepten te komen.”

Klimaatadaptief bouwen in 4TU-verband

Samenwerking vanuit verschillende vakgebieden is altijd het uitgangspunt binnen 4TU.Built Enviroment. Dit gebeurt op verschillende manieren, bijvoorbeeld aan de hand van Domein Aanjaag teams (DAT’s). Hierin werken onderzoekers samen op verschillende thema’s zoals circulariteit, digitalisering en klimaatadaptatie.

Daarnaast werkt Lenzholzer samen met collega’s aan een Meerjarig Missiegedreven Innovatie Programma (MMIP) op het gebied van klimaatadaptief en omgevingsbewust bouwen. “In zo’n MMIP stippelen we uit wat voor soort wetenschappelijk onderzoek er gedaan zou moeten worden rondom een bepaald thema”, legt ze uit. Dat is voor onderzoekers een kader waarin een voorstel voor een nieuw onderzoeksproject kan worden gedaan. Lenzholzer: “Je kunt het een beetje vergelijken met een aanbesteding of een uitvraag in de bouw of architectuur.” Met zo’n MMIP wordt de basis gelegd voor toekomstige ontwikkelingen en innovaties.

Overlast omzetten in kansen

Zij geeft nog een voorbeeld van innovaties op het gebied van klimaatadaptief denken en bouwen. “De wind kan in sommige steden voor veel overlast zorgen. De campus in TU Delft is daar een voorbeeld van. Er hangen bordjes om te waarschuwen voor de wind”, vertelt ze. Tussen gebouwen kan deze ineens heel sterk zijn. “Stel dat we die windkracht gebruiken, bijvoorbeeld door kleine windturbines aan gebouwen te bevestigen.” Datzelfde geldt voor de zon. “We zouden bepaalde delen van steden (tijdelijk) kunnen overdekken om voor meer schaduw te zorgen. De extra oppervlakte kunnen we weer gebruiken om zonne-energie op te wekken”, zegt ze. “Zo zetten we overlast om in kansen. Het is een manier van denken.”

Al is het ook lastig om zo’n heel nieuw plan te ontwikkelen waarin alles samenkomt. “Processen in de bodem gaan bijvoorbeeld heel langzaam, terwijl andere processen, bijvoorbeeld in de lucht, weer heel snel gaan”, stelt ze. Ook het menselijk gedrag en bewustzijn speelt natuurlijk een grote, en soms wat onvoorspelbare, rol.

Iedereen bewust

Als wetenschapper en ontwerper heeft Lenzholzer grootse ideeën. “Maar het duurt heel lang voordat dit soort nieuwe manieren van denken en ontwerpen zijn omgezet in praktische toepassingen. Mensen zover krijgen om echt aanpassingen te doen, en de communicatie die daarvoor nodig is, is een wetenschapsveld op zich”, stelt ze. Hierbij gaat het over burgers die door klimaatadaptatie hun leefstijl deels moeten aanpassen, maar ook over gemeenten die hun beleid moeten aanpassen.

Hoe kun je de overheid aanzetten om echt stappen te maken op het gebied van klimaatadaptatie in steden? “Het hangt grotendeels af van het politieke systeem. In democratische landen is het heel belangrijk dat er politieke wil is. Bewustwording is een eerste voorwaarde, het is noodzakelijk dat burgers het probleem zien en begrijpen. Dan komt er wil onder de bevolking en vervolgens door de verkiezingen ook in de politiek om echt iets te veranderen.”


Foto: Guy Ackermans