Part of the
4TU.
Built Environment
TU DelftTU EindhovenUniversity of TwenteWageningen University
4TU.
Built Environment
Close

4TU.Federation

+31(0)6 48 27 55 61

secretaris@4tu.nl

Website: 4TU.nl

Circulair bouwen: technologie is er, nu het verdienmodel nog

Thursday, 8 February 2024
Materialen hergebruiken en huizen makkelijk verplaatsen. Een circulaire bouw vraagt om nieuw gedachtegoed. Om de transitie te laten slagen, moet niet alleen de bouw, maar ook de mensen en de economie erachter veranderen.

Circulair bouwen: technologie is er, nu het verdienmodel nog

Materialen hergebruiken en huizen makkelijk verplaatsen. Een circulaire bouw vraagt om nieuw gedachtegoed. Om de transitie te laten slagen, moet niet alleen de bouw, maar ook de mensen en de economie erachter veranderen.

Is de grote woonwijk aan de rand van de stad na twintig jaar niet meer nodig? Dan worden de huizen verplaatst naar een andere plek. Ook de toegangswegen zijn makkelijk op- en weer uit te rollen. Kantoorpanden te veel? Dan toveren we de panden makkelijk om naar studenten- of seniorenwoningen. De gebouwde omgeving wordt in de toekomst veel flexibeler, schetst Daan Schraven, universitair hoofddocent aan de TU Delft op het gebied van nieuwe economie in de gebouwde omgeving.

 “Het straatbeeld verandert nu in honderd jaar nauwelijks. Dat is straks wel anders. De stad van de toekomst is divers en past zich makkelijk aan”, zegt Schraven. Hij ziet een belangrijk rol voor modulair bouwen. “We hebben een deel van de gebouwen vaak maar tijdelijk nodig. Door modulair te bouwen kunnen we de huizen makkelijk verplaatsen.”

 Daarnaast ziet hij ook mogelijkheden om gebouwen juist veel langer te laten staan. “Willen we gebouwen niet afbreken en weer opbouwen, dan moeten we ervoor zorgen dat ze multifunctioneel zijn. Het is bijvoorbeeld slim om bij de bouw van een kantoorpand al rekening te houden met een eventuele verbouwing naar studentenwoningen. Denk bijvoorbeeld aan voldoende aansluitingen voor water en stroom. Naast deze twee uiterste vormen zijn er natuurlijk nog veel tussenoplossingen. Dat maakt de steden van de toekomst divers.”

Economische haalbaarheid

Schraven richt zich in zijn werk aan de TU Delft op de nieuwe economie van de gebouwde omgeving. Dat de circulaire transitie in de bouw er komt, weet de expert zeker. De technologieën bestaan immers al. Waar het wringt, is de economische haalbaarheid. Vooralsnog gaan de ontwikkelingen traag. Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de circulariteit in de Nederlandse economie nauwelijks is toegenomen sinds 2014. Tot nu toe wordt maar dertien procent van de materialen hergebruikt. “We moeten ervoor zorgen dat de nieuwe technologieën en procesinnovaties ook blijven bestaan. Daarvoor moet het economisch interessant zijn om te werken volgens de nieuwe normen, ook als er in de toekomst geen subsidie meer voor is vanuit de overheid. Kortom: voor circulair bouwen moet een goed businessmodel zijn.”

 

Met zijn onderzoeksgroep kijkt Schraven naar nieuwe waardemodellen voor de circulaire economie. Hierbij gaat het niet alleen om de financiële kant, maar ook om de sociale kant. “De laatste jaren heeft de overheid veel extra investeringen gedaan als het gaat om verduurzamen. Nu zien we dat er een pushback komt. Er is een roep vanuit de samenleving om rondom de klimaatplannen meer aandacht te hebben voor de minderbedeelden.” Dergelijke ontwikkelingen zijn volgens de universitair hoofddocent ontzettend belangrijk in het complete proces van innovatie en verandering. In zijn onderzoek is de implementatie minstens zo belangrijk als de technologie zelf. “De implementatie zorgt uiteindelijk voor de maatschappelijke impact.”

Samenwerking versterkt transitie

Schraven is actief betrokken bij 4TU.Bouw, een samenwerking tussen de bouwkundefaculteiten van de vier technische universiteiten in Nederland. Binnen deze samenwerking zijn rond verschillende thema’s zogenoemde Domein Aanjaag Teams (DAT) opgezet. Een van de DAT’s richt zich op Circulariteit en Duurzaamheid. Het team initieert nieuwe onderzoeken en is daarnaast het aanspreekpunt voor mensen uit de industrie, de Topsectoren en de overheid. “Het is een team van mensen die kijken naar de circulariteit en duurzaamheid in de bouw vanuit een sociaalwetenschappelijk blikveld. Omdat er experts met verschillende achtergronden in het team zitten, hebben we een breed blikveld en versterken we elkaar.”

 In de agenda van het team DAT Circulariteit en Duurzaamheid over circulair bouwen komen academische aandachtspunten en uitdagingen naar voren. Deze agenda is uiteindelijk leidend geworden voor de TKI Bouw en Techniek, het Topconsortium voor kennis en innovatie in de bouw. Hierin worden verschillende uitdagingen, waaronder bijvoorbeeld de economische haalbaarheid, onderzocht. “Als DAT willen we de noodzaak van de transitie laten zien. Niet door te focussen op de negatieve kanten, maar vooral door te kijken naar de mogelijkheden. Het bouwen van een community is daarbij belangrijk. Hierin is natuurlijk plaats voor de wetenschap, maar ook voor de cirkel daar omheen, zoals ondernemers”, verklaart Schraven.

Oud gebouw als donor

Binnen de DAT werkt hij mee aan het project ‘Intrinsiek Circulair’. Het uitgangspunt is om een oud gebouw te gebruiken als donor voor een toekomstig gebouw. “Om de kringloop te sluiten en geen afval te produceren, willen we een oud gebouw volledig hergebruiken voor nieuwbouw. Voor het nieuwe gebouw zullen nog wel wat extra materialen nodig zijn, bijvoorbeeld om het gebouw sterk genoeg te maken”, legt hij uit.

 Hierbij is het noodzakelijk dat de architect - die het nieuwe gebouw ontwerpt - en het sloopbedrijf - dat het oude gebouw afbreekt - goed met elkaar communiceren. De architect kan dan in het ontwerp al rekening houden met een eventuele sloop en het hergebruiken van onderdelen. Dat gebeurt tot op heden nauwelijks, weet Schraven. “In dit project proberen we tools te creëren om het gesprek tussen de verschillende partijen goed te laten verlopen.”

Een golfbeweging

Met workshops en conferenties wil het DAT Circulariteit en Duurzaamheid de universiteiten verbinden. “Het is belangrijk dat we een gezamenlijk plan hebben om het onderzoek naar een circulaire economie verder te brengen, natuurlijk allemaal vanuit onze eigen expertise. Daarna kunnen we de industrie er ook bij betrekken om tot implementatie en impact te komen.” Schraven ziet workshops en conferenties als een van de manieren om hiervoor te zorgen.

 Zijn uiteindelijke doel? “Nu zie je dat de circulaire transitie allemaal kleine luchtballonnetjes zijn. Er wordt er een opgelaten en dan al snel weer lek geprikt, bijvoorbeeld omdat er bezwaren zijn vanwege financieringsmogelijkheden of opschaling. Het moet – mede door alle onderzoeken en projecten – een golfbeweging worden. Circulair bouwen moet een no brainer zijn. Zodat de transitie niet meer vanuit de overheid aangestuurd wordt, maar echt vanuit de mensen zelf komt. Dat mensen zelf kiezen voor een duurzame en circulaire bouw omdat het goed is voor de planeet en voor de maatschappij, maar bovenal omdat het gewoon werkt.”