Part of the
4TU.
Built Environment
TU DelftTU EindhovenUniversity of TwenteWageningen University
4TU.
Built Environment
Close

4TU.Federation

+31(0)6 48 27 55 61

projectleider@4tu.nl

Website: 4TU.nl

Impenetrable Infiltration

Improving the understanding of the air tightness of buildings; University of Twente & Eindhoven University of Technology + Nieuwenhuis Groep & Selekthuis Bouwgroep

Het is wenselijk dat gebouwen beschikken over voldoende en de juiste mogelijkheden om te ventileren. Buiten de benodigde ventilatievoorzieningen is het echter de bedoeling een gebouw zo luchtdicht mogelijk te maken ten einde comfortklachten en onnodig energiegebruik te voorkomen. In het Bouwbesluit zijn eisen met betrekking tot de luchtdoorlatendheid – het tegenovergestelde van luchtdichtheid – opgenomen. Met betrekking tot een heel gebouw wordt in Art. 5.4 lid 1 het volgende geëist: De volgens NEN 2686 bepaalde luchtvolumestroom van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten van een gebruiksfunctie is niet groter dan 0,2 m³/s. De Universiteit Twente en de Technische Universiteit Eindhoven hebben samen met het bouwbedrijf SelektHuis gewerkt aan de uitvoering van het onderzoek “Impenetrable Infiltration”. Dit onderzoek naar de luchtdoorlatendheid van woningen kent drie onderdelen, namelijk: 
A. Een veldonderzoek waarbij luchtdichtheidsmetingen worden uitgevoerd op vrijstaande woningen om zo te bepalen tegen welke keuzemogelijkheden luchtdichtheidsmeters en uitvoerende bouwondernemingen aanlopen om de luchtvolumestroom te beïnvloeden;
B. Een deskstudie waarbij rapportages van luchtdichtheidsmetingen worden bestudeerd om zo te bepalen wat de huidige stand van zaken is betreffende de luchtdichtheid van woningen;
C. Een vergelijkend praktijkonderzoek naar het bepalen van de luchtdichtheid, waarbij drie partijen de luchtdichtheid van dezelfde duurzaam gebouwde vrijstaande woning zullen vaststellen.

Om de veldstudie en het praktijkonderzoek uit te kunnen voeren, is de nodige apparatuur aangeschaft. Er is gebruik gemaakt van een blower door, een ventilator en een digitale manometer. Tevens is er tijdens de metingen gebruik gemaakt van twee dataloggers om de luchtdruk, binnen- en buitentemperatuur elke minuut vast te leggen. Er werd een anemometer gebruikt om de windsnelheid op locatie te bepalen. Om inzicht te krijgen waar eventuele lekken zich bevonden, werden een rookmachine en een infraroodcamera ingezet. 

Veldstudie

De veldstudie heeft betrekking op negen verschillende cases, welke in 2014 zijn opgeleverd.  De omvang van de thermische schil en het netto vloeroppervlak van deze woningen zijn vastgesteld aan de hand van de EPC-berekening.

Resultaten metingen

Voor het bepalen van de luchtvolumestroom is, in lijn met EN 13829, het gemiddelde van twee meetseries genomen; één op onderdruk en één op overdruk. Het drukverschil over de gevel liep hierbij op van 20 tot 90 Pa. Elke meetserie bestond uit het bepalen van een baseline met tien meetwaarden vooraf, twaalf debietmetingen en tot slot een baseline met wederom tien meetwaarden achteraf. Vervolgens is met deze meetwaarden teruggerekend naar een luchtvolumestroom bij een drukverschil van 10 Pa. In totaal zijn er zestien metingen uitgevoerd op de negen cases. De gemeten luchtvolumestroom (qv;10 in dm3/s) is gedeeld door het netto vloeroppervlak (in m2) van de woning om zo tot de karakteristieke luchtvolumestroom (qv;10;kar in dm3/(s·m2)) van de woning te komen, welke kan worden vergeleken met de bij de vergunningaanvraag gespecificeerde ambitie in de EPC-berekening. Bij vier cases is er een tussentijdse meting en een eindmeting uitgevoerd.

 

Analyse meetresultaten

Het Bouwbesluit eist een luchtdoorlatendheid die kleiner is dan 200 dm3/s en een EPC van maximaal 0,6. Een dergelijk lage EPC wordt bij deze woningen bereikt door onder andere een qv10;spec te behalen van 0,625 dm3/s per m2 vloeroppervlak. Van de negen bemeten cases in de veldstudie, voldeden alle woningen aan het Bouwbesluit. Alleen Case 2 en 5 voldeden niet aan de ambitie, zoals aangeven in de EPC-berekening. Van de negen cases voldeed één woning, Case 5, vlak voor oplevering nog niet aan de in de EPC-berekening gestelde ambitie van 0,625 dm3/s per m2 vloeroppervlak. Case 2 naderde op het moment van meten nog niet de oplevering, maar de stap om van 1,10 naar 0,625 dm3/(s·m2) te komen, is nog wel vrij groot. De aansluiting van het dak op de muurplaat verdient in de meeste woningen nog enige aanvullende aandacht. 

Bij Case 1, 3, 4 en 5 is een tweede meting uitgevoerd om te bekijken wat het effect is geweest van de gegeven feedback aan de uitvoerders. De eindmetingen vonden rond de oplevering plaats, nadat de uitvoerders de tips uit de feedback ter harte hadden genomen. Na navraag te hebben gedaan bij de uitvoerders en zelf vier cases te hebben gecontroleerd, bleek 71,7% van de tips daadwerkelijk opvolging te hebben gekregen. In het geval van Case 1 is de gemeten luchtvolumestroom gereduceerd met 67%, waarbij notabene ten tijde van de eindmeting het niet mogelijk was om het ventilatierooster van het dakraam boven de hal te sluiten. Voor Case 3 is de reductie 22%. Bij Case 4 en Case 5 was de reductie respectievelijk 41% en 65%. Dat is dus voor deze vier cases een gemiddelde reductie van 49%. Bij Case 6 is eveneens een tweede meting uitgevoerd, maar ditmaal door een andere partij. Deze meting gaf een resultaat van 0,45 dm3/s per m2 oftewel een verbetering van 24%. Bij deze tweede meting werd het ventilatiesysteem echter niet ter plaatse van de dakdoorvoer met opgeblazen ballonnen afgesloten, maar ter plaatse van de ventilatieopeningen in de woning. De blower door werd daarnaast in de voordeur geplaatst in plaats van één van de twee tuindeuren aan de achterzijde van de woning. Deze twee veranderingen in de uitvoering van de meting zullen enige invloed hebben op het verschil.


Het is de bedoeling een gebouw zo luchtdicht mogelijk te maken ten einde comfort klachten en onnodig energiegebruik te voorkomen. 


Deskstudie

Er zijn in het verleden door het toenmalige SenterNovem in kader van het E’novatie programma al veel luchtdichtheidsmetingen uitgevoerd. Na circa twee decennia zijn het nu steeds vaker de opdrachtgevende en uitvoerende partijen zelf die om de zogenaamde blower door tests vragen om de luchtdichtheid van gebouwen te testen. Deze partijen zijn via email, oproepen op websites en oproepen in vaktijdschriften benaderd om de meetrapporten die zij in hun bezit hebben te delen met de Universiteit Twente en de Technische Universiteit Eindhoven. Deze oproepen hebben er toe geleid dat een database kon worden opgesteld met daarin de meetresultaten van meer dan 300 recent gebouwde woningen. Deze respons overtrof onze verwachtingen, waardoor het invoeren van de woningen langer duurde.

Praktijkonderzoek

Op 2 en 3 februari zijn onafhankelijk van elkaar drie luchtdichtheidsmetingen uitgevoerd op een duurzaam gebouwde vrijstaande woning in Sterksel. De wijze van meten en de resultaten van de metingen zullen met elkaar worden vergeleken. Op deze manier verwachten we meer inzicht te krijgen in hoeverre de resultaten van luchtdichtheidsmetingen met behulp van een blower door test kunnen worden gereproduceerd. Alle drie de metingen zullen op beeld worden vastgelegd. De luchtdichtheidsmeters zal worden gevraagd de luchtdichtheid van de woning te meten op basis van zowel onderdruk, als overdruk. Daarnaast worden ze gevraagd om een fotorapportage te maken van de lekken die zij zelf constateren in de woning.  

Verdeling woningen naar bouwjaar in de rapporten voor de deskstudie

De resultaten van de eerste deelstudie, te weten de veldstudie, zijn beschikbaar en zullen worden gepubliceerd door TVVL Magazine. De resultaten van de deskstudie en het vergelijkend praktijkonderzoek laten helaas nog even op zich wachten. De interesse naar dit onderzoeksproject “Impenetrable Infiltration” vanuit het werkveld van luchtdichtheidsmeters en de aandacht vanuit de media is  bemoedigend en heeft ons blij verrast. We hopen dat deze interesse blijft en dat de nu uitgezette onderzoekslijnen kunnen worden gecontinueerd. Geïnteresseerde partijen om het vervolgonderzoek (financieel) te ondersteunen kunnen uiteraard contact blijven opnemen met de projectleider van dit onderzoek. 

http://vimeo.com/115820384

Project Team:

University of Twente
dr. ir. Bram Entrop

Eindhoven University of Technology
prof. dr. ir. Jan Hensen
dr.ir. Marcel Loomans

Nieuwenhuis Groep
ing. Ron Brons

Selekthuis Bouwgroep
ing. Alex Veldhoff
ing. Jan Averink